Opzegvergoedingen gedeeltelijk vrij van belasting vanaf 1 januari 2012

Vanaf 1 januari 2012 zijn de bezoldigingen voor prestaties tijdens de opzegtermijn en de opzegvergoedingen, die een werknemer van zijn werkgever ontvangt, gedeeltelijk vrij van belastingen (nieuw punt 27°, §1, art. 38, WIB 1992).

Vrijstelling

De ?bezoldigingen voor prestaties tijdens de opzegtermijn? en de opzegvergoedingen worden vanaf 1 januari 2012 vrijgesteld tot maximum 425 euro (niet-geïndexeerd basisbedrag; met indexeringscoëfficiënt voor aj. 2012: 600 euro).
Vanaf 1 januari 2014 wordt het vrijgestelde bedrag zelfs verdubbeld tot 850 euro (nog te indexeren bedrag).

Vrijstellingsvoorwaarden

Bovenstaande inkomsten worden enkel vrijgesteld van belasting op voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst:

een overeenkomst van onbepaalde duur is;

door de werkgever wordt beëindigd;

niet wordt beëindigd tijdens de proefperiode, met het oog op brugpensioen of pensionering of om dringende reden.

Het maximumbedrag van de vrijstelling geldt per beëindiging van de arbeidsovereenkomst, ongeacht het tijdstip van betaling van de bezoldigingen en vergoedingen. Dus als de bezoldiging of de vergoeding bv. gespreid over twee jaar uitbetaald wordt, geldt het maximum van 425 (850) euro voor de twee jaren samen.
Bovendien geldt het maximumbedrag van de vrijstelling ook per belastbaar tijdperk. Als een werknemer dus in één jaar vergoedingen of bezoldigingen ontvangt voor de beëindiging van meer dan één arbeidsovereenkomst, dan wordt toch maar 425 (850) euro vrijgesteld.

De vrijstelling wordt bij voorrang aangerekend op de bezoldigingen voor de gepresteerde opzegtermijn. Die worden belast aan het normaal, progressief tarief, terwijl een opzegvergoeding afzonderlijk wordt belast (art. 171, 5°, a, WIB 1992).
De memorie van toelichting wijst erop dat de werkgever zowel met die aanrekeningsvolgorde als met de hoger genoemde beperking per jaar en per beëindiging van de arbeidsovereenkomst rekening zal moeten houden bij het inhouden van de bedrijfsvoorheffing (Parl. St. Kamer 2010-11, nr. 1379/1, 5).

De afzonderlijke belasting gold tot nu toe alleen voor opzegvergoedingen van meer dan 615 euro (geïndexeerd bedrag 870 euro). Aangezien het bedrag onder dat plafond vanaf 1 januari 2012 bijna volledig of vanaf 1 januari 2014 volledig vrijgesteld wordt, wordt de drempel dan ook geschrapt vanaf inkomstenjaar 2012 (wijziging art. 171, 5°, a WIB 1992).

In werking

De nieuwe vrijstelling is van toepassing op de bezoldigingen en vergoedingen die worden verkregen vanaf 1 januari 2012, voor zover de opzegging door de werkgever ten vroegste op 1 januari 2012 ter kennis is gebracht.

Bron: Wet van 19 juni 2011 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft, BS 28 juni 2011, 37.571 - (art. 2, art. 3 en art. 7).

Zie ook:
Wet van 12 april 2011 houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord, BS 28 april 2011 (IPA-wet).