Consumentenrecht: Europa verruimt collectieve vordering vanaf 2023

Op grond van richtlijn 2009/22 hebben de meeste EU-lidstaten al consumentenorganisaties (of ?bevoegde instanties?) aangewezen die een collectieve vordering (of ?representatieve vordering?) mogen instellen tegen handelaars om een binnenlandse of grensoverschrijdende inbreuk op het Unierecht te laten beëindigen of te verbieden. Een nieuwe, herschikte richtlijn 2020/1818 breidt het regime op de representatieve vorderingen uit.

Waar een representatieve vordering indienen tot nu kon op grond van 17 Europese teksten, kan dat binnenkort op grond van 66 Europese verordeningen en richtlijnen: de 'consument' is vanaf nu ook een gebruiker van online-diensten, een reiziger of toerist, een niet-professionele belegger, een particulier die vastgoed aankoopt, iemand die zich voor zijn aankopen baseert op ecodesign en energie-efficiëntie, enz.

De consumentenorganisaties kunnen in de toekomst ook herstelmaatregelen vorderen.

Zij konden al stakingsmaatregelen vorderen, maar de nieuwe richtlijn verduidelijkt dat zij dat ook kunnen zonder dat individuele consumenten daadwerkelijk verlies of schade hebben geleden, en zonder dat er sprake moet zijn van kwaad opzet of nalatigheid in hoofde van de handelaar.

De bevoegde instanties die een grensoverschrijdende representatieve vordering mogen instellen, moeten voortaan aan uniforme Europese criteria voldoen. De lidstaten mogen wel nog altijd vrij bepalen aan welke criteria de organisaties moeten voldoen die een binnenlandse vordering mogen instellen.

De lidstaten leggen een publieksdatabank aan met meer informatie over de bevoegde instanties en over de hangende en afgesloten dossiers.

Europa eist tot slot dat de lidstaten ook sancties opleggen aan handelaars die nalaten of weigeren om de gerechtelijke of administratieve autoriteiten toegang te geven tot bewijsmateriaal en aan zij die nalaten of weigeren om de betrokken consumenten te informeren over een definitieve beslissing of schikking in hun nadeel.

De lidstaten krijgen tijd tot 25 december 2022 om richtlijn 2020/1818 om te zetten in nationaal recht. De nieuwe regels zelf gelden maar vanaf 25 juni 2023. Dat wil zeggen dat zij dan van toepassing zullen zijn op herstelaanspraken die hun oorsprong vinden in inbreuken die zich vanaf 25 juni 2023 hebben voorgedaan.

Van toepassing: vanaf 25 juni 2023.

Bron: Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG, Pb. L409, 4 december 2020.

Zie ook:
Richtlijn nr. 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen, Pb. L110, 1 mei 2009 [Ingetrokken richtlijn].