Erflater hoeft testament niet meer te dicteren aan notaris (DB Justitie, art. 75-76)

Volgens het Burgerlijk Wetboek moet de notaris een testament uitschrijven zoals het hem gedicteerd wordt door de erflater. Maar in de praktijk had de notaris wat marge: hij hoefde de woorden niet letterlijk neer te pennen en mocht de wil van de testator omzetten in een verzorgde juridische taal. De Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie bevestigt die praktijk en gaat nog een stapje verder: ze schrapt het verplichte dictee.

Een authentiek testament wordt vanaf nu op papier opgemaakt volgens de door de testator uitgedrukte wil. De notaris (of de notarissen) leest het testament voor aan de erflater en die bevestigt met zijn handtekening dat dit zijn laatste wil is.

Vanaf nu kan een notaris dus een authentiek testament opstellen in het Nederlands dat hem gedicteerd werd in een andere taal en kan hij een testament opstellen voor een persoon met spraak- of gehoorproblemen, zolang het document maar uitdrukt wat de cliënt wil.

Een voorstel om de 2 vormgetuigen bij het opmaken van een authentiek testament te schrappen, werd voorlopig weggestemd.

De meeste bepalingen van de diversebepalingenwet Justitie gaan in op 17 augustus 2020, maar deze wijziging treedt pas op 1 september 2020 in werking.

Bron: 31 JULI 2020. - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 7 augustus 2020, art. 75-76.

Zie ook:
BW, art. 972.