Wetgever repareert 'Wetboek van vennootschappen en verenigingen'

Op 1 mei 2019 trad het 'Wetboek van vennootschappen en verenigingen' (WVV) in werking. Die inwerkingtreding verloopt gefaseerd.

Een dik jaar nadien, op 6 mei 2020, verscheen de wet van 28 april 2020 in het Belgisch Staatsblad.
Deze wet brengt heel wat technische wijzigingen aan in het 'Wetboek van vennootschappen en verenigingen'(WVV) en in de aanverwante wetten. Die verbeteringen dienen vooral om de regels voor de verschillende vennootschapsvormen, de Nederlandstalige en de Franstalige versie, en de kruisverwijzingen op elkaar af te stemmen.

Maar de wet van 28 april 2020 bevat ook aanpassingen die ingrijpender zijn. Wij stipten er enkele aan.

Wijziging begrip 'controle'

Voor het begrip 'controle' moeten niet enkel de stemrechten in aanmerking genomen worden die verbonden zijn aan 'aandelen', maar ook deze die verbonden zijn aan andere effecten, zoals winstbewijzen.
De term 'effecten' verwijst naar alle rechten waaraan stemrechten verbonden zijn, in alle vennootschappen.

BV en NV met één aandeelhouder

De vermelding in het vennootschapsdossier van het gegeven dat alle aandelen in één hand zijn verenigd, én de vermelding van de identiteit van de enige aandeelhouder geldt, naast de naamloze vennootschap, voortaan ook voor de besloten vennootschap.

Bestuur en vertegenwoordiging

De vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon die bestuurder en vennoot is in een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, of die enige bestuurder is in een naamloze vennootschap waarin de statuten bepalen dat de enige bestuurder hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk is voor de verbintenissen van de vennootschap, is niet persoonlijk verbonden voor de verbintenissen van de rechtspersoon.

De wet van 28 april 2020 herstelt hier een vergetelheid. Bovenstaande bepaling geldt nu dus ook in de naamloze vennootschap met een enige bestuurder die krachtens de statuten onbeperkt aansprakelijk is voor de verbintenissen van de vennootschap (art. 7:101, § 2, WVV), zoals dit in het vroegere Wetboek van vennootschappen gold voor de commanditaire vennootschap op aandelen.

Vrijwillige ontbinding

Het besluit van de algemene vergadering tot ontbinding van een besloten vennootschap, een coöperatieve vennootschap, een naamloze vennootschap, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap, dat op elk ogenblik kan worden genomen, vereist een statutenwijziging.

Het bestuursorgaan licht het voorstel tot ontbinding toe in een verslag dat wordt vermeld in de agenda van de algemene vergadering die zich over de ontbinding moet uitspreken. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd, die niet meer dan drie maanden vóór de algemene vergadering die over het voorstel tot ontbinding moet besluiten is afgesloten. Voornoemde staat wordt, behoudens met redenen gemotiveerde afwijking, opgesteld conform de waarderingsregels vastgesteld in uitvoering van artikel 3:1 WVV.
Dit artikel verwijst naar het uitvoerings-KB van het WVV dat de discontinuïteitsregel bevat. De staat kan evenwel, mits gemotiveerde beslissing, in continuïteit worden opgesteld als de ontbonden vennootschap een doorstart zal maken, door bv. haar activiteiten te verkopen.

Gerechtelijke ontbinding

De wet van 28 april 2020 herstelt een vergetelheid. Ze breidt de regeling van de rechtsmiddelen tegen een vonnis van gerechtelijke ontbinding van vennootschappen (art. 2:75) uit tot de VZW, de IVZW en de stichting.

De gerechtelijke ontbinding van een stichting wegens niet-neerlegging van de jaarrekening was onder de Vzw-wet van 27 juni 1921 al mogelijk na één boekjaar in plaats van na drie boekjaren. Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hernam echter verkeerdelijk de vereiste van drie opeenvolgende boekjaren. De wet van 28 april 2020 schrapt deze laatste vereiste nu in het WVV.

Vereffening van VZW's en IVZW's

De statuten moeten voor een IVZW de voorwaarden voor ontbinding en vereffening van de IVZW bepalen (art. 2:10, § 2, 9°, WVV). Zo moet worden bepaald welk orgaan bevoegd is voor een vrijwillige ontbinding. Dit algemeen principe komt bv. tot uiting in artikel 2:110, tweede lid WVV (een IVZW kan op elk ogenblik worden ontbonden overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de statuten) of artikel 2:122 WVV (de vereffenaars van een IVZW kunnen bepaalde handelingen enkel stellen met machtiging van het door de statuten aangewezen orgaan).
De volgende bepalingen worden in deze zin aangepast: de artikelen 2:109 (bevoegdheid tot vrijwillige ontbinding), 2:129 (belangenconflicten) en 2:135 (ééndagsvereffening) van het WVV.

De wet van 28 april 2020 herstelt een vergetelheid en laat het regime van de heropening van de vereffening van een VZW en IVZW aansluiten bij het regime van de heropening van de vereffening van vennootschappen (art. 2:105, WVV).

Rechtsvorderingen en verjaring

De verjaringstermijn voor de nietigheid van de besluiten van de organen van rechtspersonen geldt voortaan ook voor de nietigheid van de besluiten van de algemene vergadering van obligatiehouders, die voortaan slechts kunnen worden aangevochten binnen een termijn van zes maanden (wijziging art. 2:143, § 4, tweede lid, WVV).

Internationaal privaatrechtelijke bepalingen

De rechtsvorderingen ingesteld door buitenlandse rechtspersonen die in België een bijkantoor hebben, zijn voortaan niet ontvankelijk indien zij hun oprichtingsakte niet hebben neergelegd overeenkomstig de artikelen 2:24, 2:25 of 2:26 van het WVV.

Genoteerde besloten vennootschap

De wet van 28 april 2020 wijzigt artikel 5:2 van het WVV. Dat somt nu de bepalingen van datzelfde Wetboek op die van toepassing zijn wanneer een besloten vennootschap wordt genoteerd.
Om aan al haar verplichtingen inzake governance te kunnen voldoen, moet een genoteerde BV een collegiaal bestuursorgaan hebben.
Verder wordt ook geëxpliciteerd dat in een genoteerde BV de aandelen slechts één stem kunnen hebben, tenzij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het dubbel stemrecht in te voeren.

Certificaten

Een BV mag, in tegenstelling tot een BVBA onder het Wetboek van vennootschappen, naast aandelen ook converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten uitgeven. Bijgevolg moet een certificeringsoperatie bij een BV ook, net zoals bij een NV (zie art. 7:61), op die effecten kunnen slaan. Door een vergetelheid was dit niet bepaald in het WVV.
Een BV kan wel, anders dan een NV, nooit winstbewijzen uitgeven.

Overdracht en overgang van effecten

De wettelijk samenwonende partner wordt voor bepaalde overdrachten van effecten gelijkgesteld met de echtgenoot van de overdrager (BV).

Overdrachten die met miskenning van de wettelijke regels (art. 5:63, § 1) gebeuren, kunnen niet aan de vennootschap of aan derden worden tegengeworpen (BV).

Beperkingen op vrije overdraagbaarheid van effecten

Een overdracht in strijd met overdrachtsbeperkingen die in regelmatig openbaar gemaakte statuten zijn opgenomen, kan aan de vennootschap of derden niet worden tegengeworpen, ongeacht de goede of kwade trouw van de overnemer, zelfs wanneer de statutaire overdrachtsbeperking niet in het aandelenregister is opgenomen (BV) (nieuw lid 2, art. 5:67, WVV).

In genoteerde vennootschappen (NV's) kunnen de statuten, aan de volgestorte aandelen die ten minste twee jaar ononderbroken op naam van dezelfde aandeelhouder in het register van de aandelen op naam zijn ingeschreven, een dubbel stemrecht verlenen in vergelijking met de andere aandelen die een gelijk deel in het kapitaal vertegenwoordigen. Dit besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen. Maar van deze meerderheid kan slechts worden afgeweken door een statutaire bepaling die specifiek strekt tot de invoering van het dubbel stemrecht. Deze statutaire bepaling vindt toepassing op alle aandelen die aan de voorwaarden voldoen. Het dubbel stemrecht kan worden afgeschaft met naleving van dezelfde aanwezigheids- en meerderheidsvereisten als voor de invoering ervan (wijziging art. 7:53, § 1, WVV).

In een BV en in een NV kan het toegestane kapitaal nooit worden gebruikt om inschrijvingsrechten uit te geven ten gunste van één of meer bepaalde personen.

Dagelijks bestuur

De wet van 28 april 2020 harmoniseert de bepaling over het dagelijks bestuur in de BV met deze in de NV (art. 7:121) en de VZW (art.9:10). Bij gebrek aan een statutaire bepaling kan het bestuursorgaan dat het orgaan van dagelijks bestuur heeft aangesteld een orgaan van dagelijks bestuur instellen en zijn leden benoemen en ontslaan (wijziging art. 5:79, eerste lid, WVV).

Algemene vergadering van aandeelhouders

In de BV, CV en NV kan de uitbreiding van de bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders in de statuten niet aan derden worden tegengeworpen, ook al is ze openbaar gemaakt (wijziging art. 5:81, tweede lid, WVV).

In een BV hebben nu ook houders van aandelen zonder stemrecht het recht om aan de algemene vergadering deel te nemen met raadgevende stem (afstemming op de regels die gelden voor de NV) (wijziging art. 5:83, derde lid en art. 5:86, tweede lid, WVV).

Op elke algemene vergadering wordt een aanwezigheidslijst bijgehouden. Voortaan kan elke aandeelhouder van de BV inzage krijgen in deze lijst (wijziging art. 5:90, WVV).

Er wordt verduidelijkt dat de commissaris de schriftelijke vragen die hij krijgt, onmiddellijk moet meedelen aan het bestuursorgaan van de BV (wijziging art. 5:91, WVV).

De buitengewone algemene vergadering heeft het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten van de BV (art. 5:100, nieuw lid 1, WVV).

Wie alle formaliteiten heeft vervuld om te worden toegelaten tot een bepaalde algemene vergadering van een niet-genoteerde naamloze vennootschap, moet worden toegelaten tot elke volgende vergadering met dezelfde agendapunten.

In een BV kunnen de uitsluiting en de uittreding van rechtswege van een aandeelhouder nu ook buiten de eerste zes maanden van het boekjaar gebeuren (wijziging art. 5:156, WVV).

Vermogen van de vennootschap

Niet enkel de uitgifte van nieuwe aandelen, maar ook de uitgifte van converteerbare obligaties of inschrijvingsrechten vereist een statutenwijziging voor de BV (wijziging art. 5:120, § 1, WVV).

Tot nog toe hield het WVV geen rekening met de mogelijkheid dat het bestuursorgaan van de BV beslist nieuwe aandelen uit te geven met uitgestelde statutenwijziging: in dat geval hoeft het bestuursorgaan, mits statutaire machtiging, maar éénmaal per boekjaar bij de notaris langs te gaan om de uitgiftes van het voorbije boekjaar en de daaruit voortvloeiende statutenwijzingen authentiek te laten vaststellen (art. 5:137, § 2).
Voortaan kan in dit geval het bestuursorgaan van de BV zelf de bank verwittigen dat het tot uitgifte heeft besloten, maar de notaris zal bij de authentieke vaststelling, wel nagaan of deze formaliteit bij elke uitgifte van aandelen tegen inbreng in geld van het voorbije boekjaar correct werd nageleefd (aanvulling lid 2, art. 5:132, WVV).

In de NV moet de notaris niet tussenkomen voor de machtiging van de algemene vergadering van aandeelhouders om eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten te verkrijgen. Zo'n machtiging kan, maar moet niet in de statuten worden opgenomen.

In werking

Titel 3 'Diverse bepalingen' (met o.a. wijziging WVV) van de wet van 28 april 2020 treedt in werking op 6 mei 2020.

Er gelden aparte inwerkingtredingsregels voor openbare gereglementeerde vastgoedvennootschappen die werden opgericht vóór 1 mei 2019 en die de vorm willen aannemen van een naamloze vennootschap die door een enige bestuurder wordt bestuurd (art. 238, wet van 28 april 2020).

Ter informatie: via de wet van 28 april 2020 zet ons land ook richtlijn (EU) 2017/828 om in Belgisch recht. Deze richtlijn bevat maatregelen die de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders in genoteerde vennootschappen moet bevorderen en meer transparantie moet creëren tussen deze vennootschappen en de beleggers.

Bron: Wet van 28 april 2020 tot omzetting van richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft, en houdende diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen, BS 6 mei 2020 (art. 43 tot en met art. 239)

Zie ook:
- Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft, PB.L. 132, 20 mei 2017 (SRD II-richtlijn)
- Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, BS 4 april 2019 (WVV)