Brexit: welke afspraken zijn er m.b.t. overheidsopdrachten?

De Brexit is een feit. Op 31 januari is Groot-Brittannië officieel uit de Europese Unie gestapt. Al verandert er op korte termijn nog niet heel veel. Er is immers een overgangsperiode gestart waarin afspraken moeten worden gemaakt over hoe het verder moet op het gebied van economisch partnerschap, veiligheid, institutionele werking, enz. Basis daarvoor vinden we in de ?Politieke verklaring waarin het kader wordt geschetst voor de toekomstige betrekkingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk?. Met daarin ook aandacht voor overheidsopdrachten.

Al zijn de afspraken op dat vlak eerder beperkt. In het licht van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om toe te treden tot de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) van de WTO moeten de partijen

voorzien in wederzijdse kansen op elkaars markten voor overheidsopdrachten die op gebieden van wederzijds belang verder reiken dan hun verbintenissen in het kader van de GPA onverminderd hun interne regels ter bescherming van wezenlijke veiligheidsbelangen

verbinden tot normen die berusten op de GPA-normen inzake transparantie van marktkansen en regels, procedures en praktijken voor overheidsopdrachten. Voortbouwend op deze normen moeten de partijen het risico van willekeurig handelen bij de toewijzing van contracten wegnemen en verhaalmogelijkheden en toetsingsprocedures bieden, waaronder juridische.

De verklaring bevestigt het engagement van de partijen om overeenkomsten uit te werken waarin nadere uitvoering gegeven wordt aan de bepalingen en om het formele onderhandelingsproces zo snel mogelijk na de Brexit in te leiden zodat die overeenkomsten uiterlijk eind 2020 in werking kunnen treden.

Bron: Politieke verklaring waarin het kader wordt geschetst voor de toekomstige betrekkingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, Pb.L 31 januari 2020, afl. C34/16.