GAS-wet: procedure niet meer sneller bij heterdaad

Heterdaad of niet. De vaststelling van een inbreuk op de GAS-wetgeving moet altijd binnen de 2 maanden worden doorgestuurd naar de sanctionerende ambtenaar of de procureur des Konings (al naargelang het geval). Op dit moment voorziet de GAS-wet nog in een kortere termijn van één maand wanneer er sprake is van heterdaad. Maar die speciale regel zorgt op het terrein voor verwarring. Een uniforme verzendingstermijn moet de procedure dus vereenvoudigen. Een nieuwigheid die op 5 oktober 2018 in werking treedt.

Analyse toepassing wet

Maar de GAS-wet wordt nog op een aantal andere punten aangepast. Zo wordt ook gesleuteld aan de bepalingen m.b.t. de evaluatie van de wet. Die wordt minder frequent. Voortaan zal de FOD Binnenlandse Zaken elke 5 jaar een diepgaande analyse uitvoeren over de toepassing van de GAS-wet. Nu is de minister wettelijk verplicht om tweejaarlijks verslag uit te brengen in het Parlement, maar dat blijkt zowel voor de FOD als voor de gemeenten veel te frequent. Het vraagt enorm veel tijd om de vereiste gegevens te verzamelen, te ontleden en er conclusies uit te trekken. Er is zelfs vastgesteld dat heel wat gemeenten niet meer ingaan op het verzoek van de FOD om gegevens aan te leveren wegens het extra administratieve werk dat ermee samenhangt. De wetgever wil de diensten daarom ontlasten en geeft hen meer tijd om de analyse uit te voeren. Een termijn van 5 jaar is volgens de wetgever ook veel logischer. Het verslag is immers bedoeld om tendensen in het GAS-beleid bloot te leggen, iets wat veel beter gaat op langere termijn.

Hoorrecht minderjarigen

Tot slot zet de wetgever nog een materiele fout recht. De GAS-wet bleek immers onduidelijk over het horen van minderjarigen in de administratieve procedure. Minderjarigen hebben altijd het recht om gehoord te worden. Dat is en was altijd de bedoeling van de wetgever. Artikel 25 van de GAS-wet zorgde met §4 echter voor twijfel. Het stelt uitdrukkelijk dat 'indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70 euro, de overtreder niet het recht heeft om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten'. De regels is evenwel niet van toepassing op minderjarige overtreders. Om verdere verwarring te vermijden spreekt de wet voortaan over 'meerderjarige overtreder'.

Bron: Wet van 15 juli 2018 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken, BS 25 september 2018. (art. 35-37)

Zie ook
GAS-wet.