Administratieve sanctieprocedure voor inbreuken op nieuwe wet private en bijzondere veiligheid

De nieuwe Basiswet Private en Bijzondere Veiligheid van 2 oktober 2017 voorziet een administratieve sanctieprocedure voor inbreuken op de bepalingen uit de wet of haar uitvoeringsbesluiten. Overtreders kunnen een waarschuwing, minnelijke schikking of administratieve geldboete krijgen. Maar wanneer deze sancties mogen worden opgelegd, wie dat mag doen en hoe de procedure verloopt, moest nog worden uitgewerkt. Het KB dat hieraan vormt geeft, is op 21 juni in het Staatsblad verschenen. Het is ook meteen die dag in werking getreden.

AD Veiligheid en Preventie aan zet

De Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken en de rijksambtenaren en personeelsleden van deze AD die minstens tot klasse A2 behoren, worden aangewezen als sanctieambtenaar. Zij zijn dus bevoegd om inbreuken op de wet van 2 oktober 2017 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten te sanctioneren met een waarschuwing, een minnelijke schikking of een administratieve geldboete.

Waarschuwing

De sanctieambtenaar kan kiezen voor een waarschuwing als de overtreder in de afgelopen 3 jaar geen inbreuk beging op dezelfde bepaling. Bedoeling is om de betrokkene aan te manen met de betrokken inbreuk te stoppen of ze niet te herhalen.

Overtreders ontvangen de waarschuwing via aangetekend schrijven. Daarin kan de sanctieambtenaar een termijn bepalen waarin de overtreder zich in regel moet stellen.

Minnelijke schikking

De sanctieambtenaar kan de overtreder ook een minnelijke schikking voorstellen. Die bedraagt 30% van het bedrag van de administratieve geldboete, zonder lager te zijn dan 100 euro. Ook hier wordt de betrokkene via aangetekend schrijvend op de hoogte gebracht.

De overtreder krijgt 30 dagen de tijd om te betalen via overschrijving. Doet hij dit niet, dan wordt een procedure tot het opleggen van een administratieve geldboete opgestart.

Administratieve geldboete

Tot slot kan de sanctieambtenaar een administratieve geldboete opleggen bij inbreuken. Die varieert van 100 tot 25.000 euro naargelang de ernst van de overtreding. De sanctieambtenaar beslist zelf over het bedrag, maar moet rekening houden met de boetevorken die gelden per type inbreuk.

Bij verzachtende omstandigheden kan de sanctieambtenaar een boete opleggen die lager is dan het vermelde minimumbedrag (maar de boete moet minstens nog 70% bedragen van het minimumbedrag). Bij herhaling binnen de 3 jaar en bij samenloop, worden de boetebedragen opgetrokken.

De boetetabel is als bijlage bij de wet van 2 oktober 2017 gevoegd.

Er kan geen administratieve geldboete meer worden opgelegd drie jaar na de feiten die de inbreuk uitmaakten waarop ze is gebaseerd.

De sanctieambtenaar die een procedure tot het opleggen van een administratieve geldboete opstart, moet dit aan de overtreder laten weten via aangetekend schrijven. Dat vermeldt

de feiten en hun kwalificatie;

de mogelijkheid voor de overtreder om verweermiddelen in te dienen (binnen de 30 dagen na ontvangst aangetekend schrijven, indienen moet per aangetekende brief of per elektronische post. Overtreder kan vragen om ze mondeling toe te lichten);

de mogelijkheid voor de overtreder om zich door een raadsman te laten bijstaan in elke fase van de procedure;

de mogelijkheid voor de overtreder of zijn raadsman om een kopie van het proces-verbaal te krijgen (die vraag moet schriftelijk worden ingediend bij de sanctieambtenaar).

De sanctieambtenaar roept de overtreder op voor verhoor wanneer hij meent dat er, na onderzoek van het dossier, bijkomende elementen noodzakelijk zijn.

De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen wordt aan de overtreder, en in voorkomend geval aan de burgerrechtelijke aansprakelijke, ter kennis gebracht via aangetekend schrijven. Betalen gebeurt, binnen de 30 dagen, via overschrijving.

Vanaf 21 juni

Het KB van 6 juni 2018 treedt in werking op 21 juni. Het KB van 17 december 1990 wordt opgeheven.

Bron: Koninklijk besluit van 6 juni 2018 betreffende de administratieve sanctieprocedure bedoeld in de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, BS 21 juni 2018.