Arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars kan voor voetballers vanaf 15 jaar

De arbeidsovereenkomstenwet voor betaalde sportbeoefenaars bepaalt dat men die specifieke arbeidsovereenkomst slechts (ten vroegste) geldig kan aangaan vanaf het einde van de voltijdse leerplicht. Dat is de basisregel. Maar na advies van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport kan een KB voor bepaalde sporttakken een hogere leeftijd vaststellen.

Zo heeft een KB van 18 juli 2001 een bijzondere leeftijd vastgepind voor de sporttakken basketbal, voetbal, volleybal en wielrennen. Namelijk: 16 jaar (deeltijdse arbeidsovereenkomst) of 18 jaar (voltijdse arbeidsovereenkomst of deeltijdse arbeidsovereenkomst van meer dan 80 uren per maand).

Maar het voetbal wordt geschrapt uit het rijtje, zodat voor die sporttak de bijzondere leeftijdsgrens vervalt. Met ingang van 16 juni 2018. Dus valt men daar terug op de algemene regel:

De leerplicht is voltijds tot 15 jaar, op voorwaarde dat tenminste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs werden doorlopen.

De voltijdse leerplicht eindigt in ieder geval op de leeftijd van 16 jaar.

Tot slot. Om betaalde sportbeoefenaar te zijn, moet men voldoen aan twee voorwaarden, zo blijkt uit de omschrijving in de wet:

de verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon;

tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt.

Dat minimumloon bedraagt 10.200 euro voor de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019. Die loongrens wordt jaarlijks bij KB vastgesteld na advies van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport. Men houdt rekening met het volledige bedrag waarop de sporter recht heeft.

Bron: Koninklijk besluit van 25 mei 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2001 tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan, BS 6 juni 2018