Procedure collectieve schuldenregeling lichtjes bijgestuurd (art. 19 Wet Ondernemingsrecht)

De wet tot hervorming van het ondernemingsrecht brengt enkele kleine wijzigingen aan de procedure van de collectieve schuldenregeling.

Na de beschikking tot toelaatbaarheid tot de collectieve schuldenregeling worden in principe alle middelen van tenuitvoerlegging geschorst. Maar wanneer al gestart is met een uitvoerend beslag op onroerende goederen vóór de toelating van de collectieve schuldenregeling, kan de verkoopprocedure worden voortgezet voor rekening van de boedel, wanneer de beschikking tot aanstelling van de notaris niet meer vatbaar is voor derdenverzet. De arbeidsrechtbank kan wel - op vraag van de schuldenaar of de schuldbemiddelaar - uitstel of afstel van de verkoop toestaan in het belang van de boedel. Maar alleen na het horen van de ingeschreven hypothecaire, bevoorrechte schuldeisers. Hieraan wordt nu toegevoegd dat de arbeidsrechtbank ook de beslagleggende schuldeiser moet horen vooraleer uitstel of afstel van de verkoop toe te staan.

Andere nieuwigheid is dat de schuldenaar of schuldbemiddelaar die een verzoek tot uitstel of afstel van de verkoop heeft ingediend bij de arbeidsrechtbank de notaris die belast is met de verkoop schriftelijk moet informeren over het verzoek tot uitstel of afstel.

Artikel 19 van de wet van 15 april 2018 is in werking getreden op 1 mei 2018.

Bron: Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht, BS 27 april 2018 (art. 19 Wet Ondernemingsrecht)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 1675/7)