Vennootschapsbijdrage stijgt niet in 2018

Vennootschappen betalen in 2018 dezelfde vennootschapsbijdrage als in 2017. De bijdrage moet ten laatste op 30 juni op de rekening van het sociaal verzekeringsfonds staan.

De jaarlijkse vennootschapsbijdrage is een forfaitair bedrag en dient om het socialezekerheidsstelsel van de zelfstandigen te financieren.

Wie moet vennootschapsbijdrage betalen?

Elke vennootschap naar Belgisch recht die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting (Ven.B.) , moet jaarlijks de vennootschapsbijdrage betalen.

Het gaat hier om vennootschappen die rechtspersoonlijkheid bezitten, hun fiscale woonplaats in België hebben en zich met een exploitatie of een verrichting van winstgevende aard bezighouden.

Volgende vennootschappen vallen hier onder:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA), ook de éénpersoons-BVBA;

de naamloze vennootschap (NV);

de coöperatieve vennootschap met onbeperkte hoofdelijke aansprakelijkheid (CVOHA);

de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA);

de vennootschap onder firma (V.O.F.);

de gewone commanditaire vennootschap (GCV);

de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA), en

de landbouwvennootschap (LV).

Ook burgerlijke vennootschappen (advocatenvennootschappen, patrimoniumvennootschappen,...) die voor een handelsvorm gekozen hebben, zijn bijdrageplichtig.

Landbouwvennootschappen en vennootschappen met sociaal oogmerk (BVBA SO, NV SO, ...) die het bewijs leveren dat zij niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, moeten geen vennootschapsbijdrage betalen.

Zijn eveneens vrijgesteld van het betalen van de vennootschapsbijdrage:

het Economisch Samenwerkingsverband (ESV) en de Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV);

de vereniging zonder winstoogmerk (VZW) en de feitelijke vereniging.

Enkel de buitenlandse vennootschappen die onderworpen zijn aan de belasting van niet-inwoners (BNI/Ven.) uit hoofde van inkomsten die verkregen of behaald werden in België, moeten de vennootschapsbijdrage betalen.

Aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds

Elke Belgische vennootschap moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds naar keuze. De vennootschap heeft hiervoor 3 maanden de tijd vanaf haar oprichtingsdatum, ook al is ze nog niet gestart met haar activiteiten. De oprichtingsdatum van een vennootschap is de datum waarop zij rechtspersoonlijkheid verwerft, dus de datum waarop haar statuten (de oprichtingsakte) bij de Rechtbank van Koophandel worden neergelegd.

Voor de buitenlandse vennootschappen die onderworpen zijn aan de belasting der niet-inwoners (BNI/Ven.) moet de aansluiting bij het sociaal verzekeringsfonds gebeuren binnen de 3 maanden na het feit dat de vennootschap aan de BNI/Ven. onderwerpt.

Vennootschapsbijdrage 2018

U betaalt in 2018:

347,50 euro als uw vennootschap in het voorlaatste afgesloten boekjaar (dus in 2016) een balanstotaal had dat kleiner of gelijk was dan 681.341,33 euro; of

868,00 euro als uw vennootschap in het voorlaatste afgesloten boekjaar (dus in 2016) een balanstotaal had van meer dan 681.341,33 euro.

De bijdrage hangt af van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar van de vennootschap, dat in de jaarrekening staat die bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB) werd neergelegd.
Voor pas opgerichte vennootschappen is er geen voorlaatste afgesloten boekjaar waarop de bijdrage kan gebaseerd zijn. Zij betalen de laagste bijdrage van 347,50 euro.

De NBB deelt de nodige gegevens direct mee aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) en de sociale verzekeringsfondsen. De vennootschappen waarvan het balanstotaal niet hoger ligt dan 681.341,33 euro moeten dus zelf niet bewijzen dat zij zich aan het criterium houden.

Een vennootschap die in de loop van een jaar wordt opgericht, betaalt ook de volledige vennootschapsbijdrage voor dat jaar.

Tijdstip betaling

Bestaande vennootschappen en vennootschappen die hun rechtspersoonlijkheid verkrijgen in januari, februari of maart van het bijdragejaar, moeten hun bijdrage vóór 1 juli van dat bijdragejaar betalen aan het sociaal verzekeringsfonds.

Vennootschappen die opgericht werden vanaf 1 april moeten de vennootschapsbijdrage betalen uiterlijk op de laatste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin de vennootschap werd opgericht.

Niet-betaalde bijdragen worden langs gerechtelijke weg gevorderd bij de vennootschap, maar ook, indien nodig, bij de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de bijdragen, verhogingen en kosten. Dat zijn de zaakvoerders, bestuurders of werkende vennoten.

Laattijdige betaling

Een vennootschap die haar bijdrage niet tijdig betaalt, krijgt een verhoging aangerekend van 1% per maand vertraging op het deel dat ze nog moet betalen. De verhoging blijft lopen tot en met de maand waarin de schuld wordt betaald of tot op het ogenblik waarop de gerechtelijke procedure wordt ingeleid. Bij overmacht of in andere 'behartigenswaardige gevallen' kan de vennootschap het RSVZ vragen om de verhogingen eventueel volledig of gedeeltelijk kwijt te schelden. De vennootschap moet de 'aanvraag om kwijtschelding' indienen bij haar sociaal verzekeringsfonds. Het fonds zal de aanvraag dan aan het RSVZ bezorgen.

Tijdelijke vrijstelling voor jonge vennootschappen

Beginnende personenvennootschappen (BVBA, V.O.F., Comm. VA,?) kunnen gedurende de eerste 3 jaar van hun bestaan vrijgesteld worden van de vennootschapsbijdrage.

Tijdens deze termijn:

moeten ze als handelsonderneming ingeschreven zijn in de kruispuntbank van ondernemingen (KBO), en

mogen hun zaakvoerder(s) en de meerderheid van de werkende vennoten die geen zaakvoerder zijn, hoogstens 3 jaar zelfstandige (incl. bijberoep, medewerking, ?) geweest zijn, in een periode van 10 jaar vóór dat de vennootschappen rechtspersoonlijkheid kregen.

Permanente vrijstelling

Een vennootschap die zich in één van de hierna vermelde situaties bevindt, is de jaarlijkse vennootschapsbijdrage niet verschuldigd, en dit voor elk bijdragejaar in de loop waarvan ze zich, gedurende het ganse jaar of een deel ervan, in die situatie bevindt:

de vennootschap werd bij vonnis van de rechtbank van koophandel failliet verklaard;

de vennootschap heeft een gerechtelijk akkoord verkregen dat door de rechtbank van koophandel werd gehomologeerd en dat niet geannuleerd of ontbonden werd;

de vennootschap bevindt zich in een toestand van vereffening en het uittreksel uit de akte die de manier van vereffening bepaalt, werd gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.

De vennootschap kan ook vrijgesteld worden van de vennootschapsbijdrage voor het jaar waarvoor ze kan bewijzen dat ze gedurende dat volledige kalenderjaar geen enkele handels- of burgerlijke activiteit heeft uitgeoefend.
Dat bewijs moet ze leveren door een attest van inactiviteit, afgeleverd door de Administratie der Directe Belastingen, te bezorgen aan haar sociaal verzekeringsfonds.
Een vennootschap die op het einde van een jaar werd opgericht en geen activiteiten heeft uitgeoefend gedurende het eerste - onvolledige - kalenderjaar dat volgt op haar oprichting, kan geen attest krijgen van de Administratie der Directe Belastingen. In dat geval mag de vennootschap haar inactiviteit bewijzen met een attest van de Administratie van de BTW (indien ze onderworpen is aan de BTW).

In werking

Het KB van 27 april 2018 treedt retroactief in werking op 1 januari 2018.

Het legt de vennootschapsbijdragen voor 2018 vast.

Bron: Koninklijk besluit van 27 april 2018 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 7 mei 2018.

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 3 april 1993;err., BS 5 juni 1993 (art. 2bis en art. 2ter).
- Wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, BS 9 januari 1993 (Hoofdstuk II ?Invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen?).
- Koninklijk besluit van 5 mei 2017 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, 11 mei 2017.