Volwaardig aanvullend pensioen (tweede pijler) voor zelfstandigen-natuurlijke personen

Een wet van 18 februari 2018 heeft een sociaal kader gecreëerd dat zelfstandigen (natuurlijke persoon, meewerkende echtgenoot, zelfstandige helper) toelaat om naast het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), een nieuwe vorm van aanvullend pensioen op te bouwen. Daardoor kunnen zelfstandigen-natuurlijke personen een volwaardig aanvullend pensioen (tweede pijler) opbouwen dat vergelijkbaar is met dat van de zelfstandige bedrijfsleiders.

Tweede pijler

Samengevat kunnen we zeggen dat de wetgever inzet op een volwaardige tweede pensioenpijler voor de zelfstandigen die actief zijn als natuurlijke persoon (zelfstandigen die geen bedrijfsleiders zijn). Bedoeling is onder andere om de discriminatie ten aanzien van bedrijfsleiders en loontrekkenden werknemers weg te werken. Ook het fiscaal luik van de nieuwe tweede pensioenpijler komt aan bod.

Daarnaast bevat de nieuwe wet een reeks overgangsbepalingen bij de wet van 18 december 2015 (versterking van het aanvullende karakter). Dat is nodig want voor werknemers bestaan al uitgebreidere overgangsbepalingen. We noteren ook formele aanpassingen met betrekking tot de hervorming van de adviesorganen.

Zoals bekend, zijn er drie pensioenpijlers:

De basis is het wettelijk pensioen (eerste pijler).

De tweede pijler komt nu aan bod. Er bestaat een nauwe band met de beroepsactiviteit.

De derde pijler is het pensioensparen. Er is geen band met de beroepsactiviteit.

Specifiek voor zelfstandigen bestaat er het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ, eerste pijler bis). Die pijler situeert zich tussen de eerste en de tweede pijler omdat het VAPZ het wettelijk pensioen tracht aan te vullen tot het niveau van het wettelijk pensioen van een werknemer.

Discriminatie

Volgens de bestaande regels kunnen enkel bedrijfsleiders, naast het VAPZ, een gewoon aanvullend pensioen opbouwen. Zij kunnen via de vennootschap die ze leiden, pensioenrechten opbouwen die het equivalent zijn van 80% van hun bruto bezoldiging.
Zelfstandigen-natuurlijke personen kunnen alleen een VAPZ afsluiten. Maar het VAPZ is geen volwaardige tweede pijler omdat het de zelfstandige niet toelaat om een pensioen op te bouwen tot 80% van de laatste beroepsinkomsten. De wetgever wil die discriminatie nu wegwerken.

De nieuwe wet creëert dus een echte tweede pijler voor zelfstandigen-natuurlijke personen zodat zij kunnen genieten van dezelfde voordelen en modaliteiten als die van de bedrijfsleiders. Dit 'nieuwe' aanvullend pensioen staat open voor iedereen die pensioenrechten opbouwt als zelfstandige met inkomsten aangegeven als winsten, baten of bezoldigingen. Men kan dit aanvullend pensioen opbouwen:

na het afsluiten van een pensioenovereenkomst bij een verzekeraar;

door aan te sluiten bij een pensioenfonds;

door de betaling van bijdragen.

Zelfstandigen die geen bedrijfsleiders zijn, krijgen dus de mogelijkheid om een aanvullend pensioen op te bouwen bovenop wat de wet over het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (WAPZ) hen al toelaat.

Flexibel

De nieuwe tweede pijler wordt in het bijhorend verslag omschreven als een 'flexibel product' omdat de zelfstandige kan kiezen of hij een groter of een kleiner risico wil nemen. In tegenstelling tot het VAPZ, is er geen enkele kapitaalsgarantie. Hetzelfde geldt voor het aanvullend pensioen van de bedrijfsleiders. Het type product wordt in de pensioenovereenkomst omschreven.

Informatie is belangrijk. Daarom voorziet men in een reeks instrumenten:

een pensioenfiche die jaarlijks aan de zelfstandige wordt meegedeeld, waarin onder andere het verworven kapitaal wordt vermeld;

de verplichting voor de pensioeninstelling om informatie over te maken aan SIGEDIS, die de gegevensbank tweede pijler beheert (alle informatie is raadpleegbaar via MyPension).

Het toezicht wordt door de FSMA uitgeoefend. De wetgever voorziet in waarborgen zodat de pensioeninstellingen, de actuarissen en de andere personen en tussenpersonen alle nuttige informatie kunnen en moeten overmaken. Men past dezelfde sancties en dwangsommen toe als in de andere aanvullende pensioenen van de tweede pijler.

Op het vlak van inkomstenbelastingen houdt de nieuwe regeling in dat:

de bijdragen voor het aanvullend pensioen in aanmerking komen voor een (federale) belastingvermindering van 30%;

het bedrag van de bijdragen dat in aanmerking komt voor deze belastingvermindering wordt bepaald in functie van een aangepaste 80%-regel;

de uitkeringen vanaf de vroegst mogelijke pensioenleeftijd of naar aanleiding van het overlijden van de aangeslotene in de inkomstenbelasting belast worden tegen het tarief van 10%.

Op de premies en bijdragen voor het nieuwe aanvullende pensioen zal een jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen betaald moeten worden van 4,4%. En er zullen er ook nog twee sociale inhoudingen gebeuren: de solidariteitsbijdrage van maximum 2% en een RIZIV-inhouding van 3,55%.

Aanpassingen

Daarnaast worden heel wat regels gewijzigd om ze af te stemmen op de tweede pijler. Zo worden de arbeidsgerechten bijvoorbeeld bevoegd voor alle betwistingen inzake dit aanvullend pensioen.

De nieuwe wet zal ook bijdragen aan de vereenvoudiging van de adviesstructuren. Op dit moment bestaan er twee adviesorganen met een bevoegdheid inzake aanvullende pensioenen. Maar de Raad voor het Vrij Aanvullend pensioen wordt afgeschaft. En de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen zal in te toekomst de volledige adviesbevoegdheid op zich nemen. Onder een nieuwe naam: de Commissie voor de Aanvullende Pensioenen voor Zelfstandigen.

In werking

Globaal genomen treedt de wet van 18 februari 2018 in werking op 30 maart 2018.

Bron: Wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijk persoon, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers, BS 30 maart 2018