Grondwettelijk Hof vernietigt deel Potpourri II: huiszoeking binnen mini-onderzoek niet meer toegelaten

Sinds 12 januari 2018 kunnen geen huiszoekingen meer gevraagd worden in het kader van een mini-onderzoek. Het Grondwettelijk Hof heeft het betrokken artikel 63,1° van de Potpourri II-wet immers vernietigd. ?Een huiszoeking toestaan via mini-onderzoek, zonder bijkomende waarborgen ter bescherming van de verdediging, vormt een inbreuk op ?het recht op eerbieding van het privéleven en de onschendbaarheid van de woning?. Een volwaardig gerechtelijk onderzoek is vereist?, aldus het Hof. Een uitspraak met grote gevolgen voor onze politiediensten? We lichten daarom de belangrijkste elementen even toe.

Op basis van artikel 63,1° van de tweede Potpourri-wet (wet van 5 februari 2016) kon de procureur des Konings tijdens een opsporingsonderzoek het bevel geven om een huiszoeking uit te voeren. Het was niet meer nodig om een gerechtelijk onderzoek op te starten onder leiding van een onderzoeksrechter. De loutere goedkeuring van de onderzoeksrechter volstond opdat de procureur zijn onderzoek kon verderzetten en de huiszoeking kon laten uitvoeren.

Onderzoeksrechters ontlasten

De maatregel die in de eerste plaats werd ingevoerd om de onderzoeksrechters te ontlasten, zonder hun bevoegdheden aan te tasten. Hun toestemming bleef immers noodzakelijk als waarborg van de grondrechten van de verdachten. Bovendien kon de onderzoeksrechter na onderzoek van het strafdossier nog steeds beslissen om de zaak naar zich toe te trekken (evocatierecht) en een gerechtelijk onderzoek te openen.

De Potpourri-wet wijzigde meer concreet artikel 28septies van het Wetboek van Strafvordering. Dat artikel geeft een overzicht van de onderzoekshandelingen die uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van het mini-onderzoek. De huiszoeking werd uit de lijst geschrapt.

Schending privéleven én onschendbaarheid woning

De zaak werd echter, meteen na publicatie, aangekaart bij het Grondwettelijk Hof, onder meer door de Liga voor Mensenrechten en le Syndicat des Avocats pour la Démocratie. Volgens hen vormt een huiszoeking in het kader van een mini-onderzoek een inbreuk op 'het recht tot eerbieding van het privéleven én de onschendbaarheid van de woning'. In hun betoog wijzen ze ook op de fundamentele verschillen tussen het gerechtelijk onderzoek en het opsporingsonderzoek op vlak van toegang tot het dossier en de mogelijkheid om bijkomende onderzoekshandelingen te vragen. ?Als een huiszoeking via een mini-onderzoek kan worden uitgevoerd tijdens een opsporingsonderzoek, zal de betrokkene niet beschikken over versterkte rechten van verdediging die een eerlijk proces waarborgen.?

Een redenering die het Grondwettelijk Hof is gevolgd. In zijn arrest stelt het Hof meer concreet dat ?vanwege de ernst van de erdoor teweeggebrachte inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven en de onschendbaarheid van de woning, de huiszoeking, in de huidige stand van de regelgeving inzake de strafrechtspleging, alleen kan worden toegelaten in het kader van een gerechtelijk onderzoek, waarbij de belanghebbenden beschikken over een georganiseerd recht om toegang tot het dossier en bijkomende onderzoekshandelingen te vragen en waarbij is voorzien in een toezicht door de kamer van inbeschuldigingstelling op de regelmatigheid van de procedure.

Door de huiszoeking, in de huidige stand van de regelgeving inzake de strafrechtspleging, onder het toepassingsgebied van het mini-onderzoek te brengen, zonder te voorzien in bijkomende waarborgen ter bescherming van de rechten van verdediging, doet de bestreden bepaling op discriminerende wijze afbreuk aan het recht op eerbiediging van het privéleven en aan het recht op de onschendbaarheid van de woning.?

Vernietigd, maar garanties voor reeds uitgevoerde huiszoekingen

Artikel 63,1° van de Potpourri II-wet werd dan ook vernietigd. Maar om de wettigheid van de huiszoekingen die op basis van de vernietigde bepaling zouden zijn verricht, niet in het gedrang te brengen, handhaaft het Hof de gevolgen van de vernietigde bepaling. En dat ?ten aanzien van de huiszoekingen die zijn uitgevoerd vóór 12 januari 2018, de dag waarop het arrest in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt?.

Meteen nieuwe COL

Het College van Procureurs-generaal heeft kort na de uitspraak van het Hof gereageerd met een nieuwe COL ?Omzendbrief 02/2018'. Daarin wordt uitdrukkelijk herhaald dat sinds 12 januari 2018 geen huiszoekingen meer kunnen worden gevraagd bij mini-onderzoek. Het College wijst ook specifiek naar de beslissing van het Hof om garanties in te bouwen voor reeds uitgevoerde huiszoekingen.

Het college stelt in dit kader het volgende: ?Gelet op de vernietiging van artikel 63, 1° van de wet van 5 februari 2016 en het behoud van de gevolgen ervan voor de huiszoekingen die werden uitgevoerd vóór de bekendmaking van het arrest van het Grondwettelijk Hof in het Belgisch Staatsblad - namelijk vóór 12 januari 2018 - kan vanaf die datum geen huiszoeking meer gevraagd worden bij mini-onderzoek. Het is aangewezen indien praktisch haalbaar een gerechtelijk onderzoek te vorderen met het oog op het afleveren van een nieuw huiszoekingsbevel.?

Bron: GwH 21 december 2017, nr. 148/2017.

Zie ook
Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 63,1° Potpourri II).
COL 2/2018, ?Flashrichtlijn? ? Arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017 van het Grondwettelijk Hof, 18 januari 2018.