Zelfstandigenstatuut: terugvordering onterecht betaalde pensioenuitkeringen

Een wet van 25 december 2017 verbetert het pensioenstelsel van de zelfstandigen door het aan te passen aan de hervorming van de sociale bijdragen. De wetgever maakt het mogelijk om te vermijden dat een recent gepensioneerde zelfstandige een groot stuk of zelfs zijn volledig pensioen verliest wanneer hij een grote regularisatiebijdrage niet kan betalen.

Regularisatie

De hervorming van de berekening van de sociale bijdragen voor zelfstandigen - op basis van de inkomsten van het bijdragejaar zelf en niet meer op basis van de inkomstengegevens van drie jaar voordien - heeft ook gevolgen voor de gepensioneerde zelfstandige. Ook zij zullen in principe nog regularisaties ontvangen.

Bij een regularisatie die wordt uitgevoerd wanneer de beroepsinkomsten van het bijdragejaar hoger zijn dan de inkomsten waarop de voorlopige bijdragen werden berekend, is de zelfstandige regularisatiebijdragen verschuldigd. Kan hij die niet tijdig betalen, dan kan dit grote gevolgen hebben voor zijn pensioen. Want alleen de kwartalen waarvoor de verschuldigde bijdragen effectief betaald zijn, leveren pensioenrechten op.

Met alle gevolgen van dien. Een vervroegd gepensioneerde zelfstandige voldoet bijvoorbeeld niet meer aan de loopbaanvoorwaarden voor het vervroegd pensioen. Hij verliest daardoor - tot hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt - zijn recht op een pensioen.

Oplossing

Daarom voorziet de wetgever nu in een oplossing die nog verder wordt uitgewerkt bij KB:

Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) zal vanaf de vervaldag van de regularisatiebijdrage in eerste instantie verder het pensioen blijven uitbetalen.

Het sociaal verzekeringsfonds stuurt  zoals altijd onmiddellijk een herinnering en berekent de gebruikelijke verhogingen. Maar de zelfstandige zal gesensibiliseerd worden.

Zodra de zelfstandige de regularisatiebijdrage betaalt, wordt zijn pensioen vanaf de maand volgend op de betaling aan de geregulariseerde bijdragen aangepast. Blijft de regularisatiebijdrage één jaar na de vervaldatum onbetaald, dan zal het RSVZ de pensioenbeslissing herzien, rekening houdend met de onbetaalde bijdragen.

Let wel, bij een eventuele terugvordering van ten onrechte betaalde pensioenuitkeringen voorziet men in een verjaringstermijn van drie jaar, en dus niet de gewone termijn van zes maanden.

Daartoe wordt het KB nr. 72 van 10 november 1967 aangevuld, zodat men de verjaringstermijn van drie jaar kan toepassen op gevallen waarbij niet-verschuldigde betaalde pensioenbedragen het gevolg zijn van de laattijdige betaling of niet-betaling van de regularisatie die wordt uitgevoerd wanneer de beroepsinkomsten voor het bijdragejaar hoger zijn dan de beroepsinkomsten waarop de voorlopige bijdragen werden betaald. Men verwijst naar de termijn van twaalf maanden na het einde van het kwartaal dat volgt op dat waarin het sociaal verzekeringsfonds de bijdrage-afrekening heeft verstuurd welke uit die regularisatie voortspruit.

Deze aanpassing heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015 en is van toepassing op de sociale bijdragen die betrekking hebben op de kalenderkwartalen gelegen na 2014.

Daarnaast voorziet de wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen ook in een reeks technische aanpassingen. De verschillende (technische) aanpassingen hebben uitwerking op verschillende tijdstippen, parallel met de verschillende teksten die worden aangepast.

Bron: Wet van 25 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen, BS 29 december 2017