Minder papierwerk bij erfeniskwesties, zowel voor notarissen als rechtbanken eerste aanleg

Erfeniskwesties regelen, het wordt voortaan iets makkelijker voor de notarissen. Althans, de papierberg die ze moeten verwerken wordt kleiner. En dat maakt het ook meteen voor de rechtbanken van eerste aanleg iets eenvoudiger.

Maar waarom dan?

Wel, het Burgerlijk Wetboek legt de notarissen een aantal verplichtingen op wanneer een erfenis is opengevallen waarvoor een eigenhandig testament of een testament in de internationale vorm werd opgemaakt.

Ieder eigenhandig testament moet, voordat het ten uitvoer wordt gelegd, worden aangeboden aan een notaris. Wanneer het testament verzegeld is, wordt het door de notaris geopend. Maar hij is dan wel verplicht om een proces-verbaal van de opening en van de staat waarin het testament zich bevindt, op te maken. Het origineel van dat proces-verbaal bewaart hij zelf. Zoals het Burgerlijk Wetboek dat omschrijft, gebeurt die bewaring 'onder de minuten van de notaris'.

Maar de notaris is ook verplicht om 'binnen de maand' een gelijkvormig afschrift van het proces-verbaal, samen met een gewaarmerkte fotokopie van het testament, te deponeren op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen. Is de erfenis opengevallen in het buitenland, dan bezorgt hij de documenten aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar hij zijn standplaats heeft. De griffier is op zijn beurt verplicht om de afgifte te registreren. Hij bezorgt een ontvangstbewijs aan de notaris.

Die neerlegging bij de griffie is destijds ingevoerd zodat de documenten nog op een andere plaats werden bewaard. In geval de notaris het pv zou verliezen, zou er dus nog een exemplaar zijn op de griffie. Bovendien zorgt de neerlegging op de griffie voor coördinatie in het geval er meerdere testamenten zouden afgegeven zijn bij meerdere notarissen.

En toch is deze manier van werken voorbijgestreefd. De meeste notariskantoren beschikken immers over computers waarbij er back-ups van alle documenten worden gemaakt. De dubbele bewaarplicht is dus niet meer nodig. Bovendien beschikken de griffies niet meer over het personeel, noch de plaats om al die documenten te bewaren. En is er ook nog het Centraal Register waarin alle gegevens over de testamenten worden bijgehouden en het repertorium dat de notarissen moeten bijhouden van alle akten die ze verlijden.

De verplichting voor de notarissen om een afschrift van het pv en een kopie van het testament aan de griffie te bezorgen, wordt daarom afgeschaft.

Gevolgen

Maar die afschaffing heeft wel gevolgen voor bepaalde procedures.

Wanneer, bij het overlijden van de erflater, geen erfgenamen bestaan aan wie de wet een voorbehouden erfdeel op diens goederen toekent, treedt de algemene legataris, door de dood van de erflater, van rechtswege in het bezit, zonder de afgifte te moeten vragen.

Is er sprake van een eigenhandig of een internationaal testament, dan moet de algemene legataris zich in het bezit stellen, door een beschikking van de familierechtbank van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, geschreven onderaan op een verzoekschrift, waarin melding wordt gemaakt van de deponering van het proces-verbaal op de griffie. Maar aangezien die neerlegging is afgeschaft, wordt een nieuwe verplichting ingevoerd. Als bijlage bij het verzoekschrift wordt voortaan een uitgifte van het proces-verbaal met een gewaarmerkte kopie van het testament neergelegd. In geval van een internationaal testament ook een verklaring bijgevoegd.

Opheffing wet van 16 floréal jaar IV

Tot slot wordt de wet van 16 floréal jaar IV (5 mei 7696) en artikel 16 van Titel III van het decreet van 29 september - 6 oktober 1971 betreffende de herorganisatie van het notarisambt opgeheven. Die bepalingen doen niet meer terzake aangezien de neerlegging op de griffie van de documenten opgemaakt bij de opening van het openbaar en het internationaal testament zijn afgeschaft.

In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 124 en 125 Potpourri V)