Uniforme verjaringstermijn van 5 jaar voor energiefacturen én facturen elektronische communicatie

De verjaringstermijn voor energiefacturen (gas, water en elektriciteit) en facturen elektronische communicatie bedraagt voortaan 5 jaar. En dat ongeacht het type klant (huishoudelijk of professioneel), het type factuur (tussentijdse voorschotfactuur of afrekening) en de kwalificatie van de leveringen (diensten of goederen).

Een uniforme termijn die moet zorgen voor meer duidelijkheid en consistentie. De afgelopen jaren was er immers heel wat verwarring ontstaan: verjaren deze schuldvorderingen na 10 jaar (artikel 2262 bis Burgerlijk Wetboek), na 5 jaar (artikel 2277 Burgerlijk Wetboek) of na 1 jaar (artikel 2272 lid 2 Burgerlijk Wetboek)?

Rechtspraak en rechtsleer

Tot voor kort beschouwde de meerderheid van de bodemrechters dat de schuldvorderingen voor de levering van water, elektriciteit en gas na 5 jaar verjaren voor zover ze met de periodiciteitsvoorwaarden van artikel 2277 Burgerlijk Wetboek betaalbaar zijn. Ook het Grondwettelijk Hof sprak zich in die zin uit over de waterfacturen en de facturen voor mobiele telefonie.

Maar het Hof van Cassatie zorgde in 2015 voor een omwenteling door te stellen dat schulden van huishoudelijke klanten voor de levering van elektriciteit en aardgas verjaren na één jaar. Een uitspraak die meteen ook voor een pak praktische problemen zorgde op het terrein.

5 jaar

De wetgever wil al deze issues nu vermijden en hakt de knoop door: alle facturen verjaren na 5 jaar. In het Burgerlijk Wetboek wordt de regel als volgt omschreven: 'schuldvorderingen wegens levering van goederen en diensten via distributienetten voor water, gas of elektriciteit of de levering van elektronische communicatiediensten of omroeptransmissie- en omroepdiensten via elektronische communicatienetwerken verjaren na verloop van 5 jaar'.

5 jaar dus, ongeacht het gaat om huishoudelijke of professionele klanten. Bovendien speelt het type factuur en de kwalificatie van de leveringen (diensten of goederen) geen rol.

De nieuwe termijn is alleen van toepassing op wettelijke leveringen. Leveringen door netwerkbeheerders, of een andere persoon, die het gevolg zijn van onrechtmatig gebruik (zoals manipulatie van de meter of verbruik zonder overeenkomst of wettelijke verplichtingen) vallen er dus niet onder. De verjaring van deze schuldvorderingen valt nog steeds onder het gemeenrecht (artikel 2262bis § 1, lid 1 Burgerlijk Wetboek).

Waarom geen 1 jaar?

De wetgever kiest uitdrukkelijk niet voor de eenjarige verjaringstermijn, onder meer omdat dit voor klanten én leveranciers een onredelijke situatie veroorzaakt. In eerste instantie omdat geen rekening wordt gehouden met de specifieke berekeningsmethode facturatiemethode van het verbruik binnen de water- en energiemarkt. Het verbruik wordt immers in 2 stappen gefactureerd: naast de maandelijkse of driemaandelijkse facturen en de tussentijdse facturen komt er een jaarlijkse afrekening die het reële verbruik van de klant betreft. De leverancier kan die jaarlijkse afrekening pas opmaken nadat hij de meteropname heeft ontvangen. De vordering tot uitbetaling van een tussentijdse factuur zou niet voor de uitreikingsdatum van de jaarlijkse afrekening door de leverancier kunnen verjaren omdat de tussentijdse factuur een voorschot is op het totaal bedrag van het reële verbruik zoals vermeld is op de jaarlijkse afrekening. Dat zou de leverancier verplichten een vordering in te stellen voor dat de jaarlijkse afrekening (die trouwens ook een terugbetaling aan de klant kan omvatten) opgesteld is. De schuldvordering van de klant zou dan verrekend worden met de schuld die voorwerp uitmaakt van de gerechtelijke procedure. Een nutteloze procedure dus.

Maar de vijfjarige termijn kan ook in het belang zijn van de consument die nu ruimte heeft voor minnelijke schikkingen zoals een afbetalingsplan. Een kortere termijn zou er toe kunnen leiden dat leveranciers sneller gerechtelijke stappen zetten.

Tot slot is de vijfjarige termijn in overeenstemming met de regionale technische reglementen. Vlaanderen laat bijvoorbeeld toe dat de distributienetbeheerder een meterstand rechtzet omwille van een technische fout. Die procedure kan tot 34 maanden duren (of langer bij kwade trouw). Een te korte verjaringstermijn kan er dus voor zorgen dat de vordering al verjaard is nog voor er een rechtzetting heeft kunnen plaatsvinden.

Begin termijn

De verjaringstermijn van 5 jaar begint te lopen vanaf de vervaldatum van de factuur. Weet dat de facturen moeten worden opgemaakt en verzonden binnen een termijn van 6 weken in Vlaanderen, van 60 dagen in Wallonië en 'binnen een redelijke termijn' in Brussel vanaf de datum waarop de meterstanden door de distributienetbeheerder aan de leverancier worden overgezonden.

In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 48 Potpourri V)