Nieuwe omzettingstabel voor vruchtgebruik vanaf 21 juli 2017

Zoals de vorige jaren heeft minister van Justitie Koen Geens de tabel voor de omzetting van een vruchtgebruik in volle eigendom geactualiseerd. De nieuwe omzettingstabel houdt rekening met een minimale interestvoet van 1% per jaar. De tabel geldt vanaf 21 juli 2017.

Omzettingstabel

De nieuwe omzettingstabel werd opgesteld door de minister van Justitie, op voorstel van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, na kennis genomen te hebben van de resultaten van de werkzaamheden geleverd door het Federaal Planbureau en het Instituut voor actuarissen in België. De tabel geldt vanaf 21 juli 2017, tien dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

De omzettingstabel moet ieder jaar geactualiseerd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt worden.

De omzettingstabel vermeldt naast de leeftijd van de vruchtgebruiker diens levensverwachting met de overeenstemmende interestvoet en de waarde van het vruchtgebruik, uitgedrukt als een percentage dat moet worden toegepast op de verkoopwaarde van de goederen in vruchtgebruik.
Er zijn aparte omzettingskoersen voor mannen en vrouwen. Dat is omdat de levensverwachting van vrouwen nu eenmaal hoger is dan die van mannen en een vruchtgebruik dus meer opbrengsten oplevert voor een vrouw dan voor een man.

De intrestvoet waarvan er hierboven sprake is, is de gemiddelde rentevoet over de laatste twee jaren (van 1 mei 2015 tot en met 30 april 2017) van de lineaire obligaties (OLO's) met een looptijd die identiek is aan de levensverwachting van de vruchtgebruiker, verminderd met de roerende voorheffing (30%).

Is de levensverwachting van de vruchtgebruiker buitengewoon hoog, dan wordt de rentevoet genomen van de OLO met de langst mogelijke looptijd.
Als de levensverwachting van een vruchtgebruiker manifest lager is dan het cijfer dat gebruikt wordt in de tabel (bijvoorbeeld omdat hij terminaal ziek is), dan kan de persoon die zich daardoor benadeeld voelt naar de rechter stappen. In dat geval kan de rechter de omzetting weigeren of andere omzettingsregels opleggen.

Omzetting van vruchtgebruik

Ter herinnering. Vruchtgebruik is het recht om een goed van iemand anders te gebruiken en er de vruchten (of opbrengsten) van op te strijken. Vruchtgebruik ontstaat meestal na een overlijden, waarbij de langstlevende partner het vruchtgebruik op de nalatenschap krijgt en de kinderen enkel de blote eigendom.

Als de blote eigendom naar de afstammelingen van de overledene gaat, kan zowel de langstlevende partner als een afstammeling op elk moment eisen dat het vruchtgebruik geheel of gedeeltelijk wordt omgezet in volle eigendom (art. 745quater BW), een geldsom of een lijfrente. Als de blote eigendom niet naar de rechtstreekse afstammelingen gaat maar naar andere personen, kan alleen de langstlevende partner de omzetting van het vruchtgebruik eisen. De levensgezel kan dat recht onbeperkt uitoefenen ten aanzien van de gezinswoning en het huisraad, maar heeft dat recht slechts gedurende vijf jaar als het om andere delen van de nalatenschap gaat.

Als de partners niet tot een akkoord komen, kan de omzetting via gerechtelijke weg gevraagd worden.

Het vruchtgebruik moet gewaardeerd worden op basis van:

de leeftijd van de vruchtgebruiker op de datum van de indiening van het verzoekschrift tot omzetting van het vruchtgebruik,

de omzettingskoers volgens zijn leeftijd, zoals opgenomen in de meest recente omzettingstabel, en

de verkoopwaarde in volle eigendom van het om te zetten goed.

De partijen mogen echter altijd een andere waardering overeenkomen.

De vruchtgebruiker behoudt het vruchtgebruik van de goederen tot de blote eigenaar de kapitalisatiewaarde van het vruchtgebruik effectief heeft betaald. Er zijn echter pas interesten verschuldigd als de vruchtgebruiker na de definitieve vaststelling van de kapitalisatiewaarde bij aangetekende zending of bij deurwaardersexploot laat weten dat hij afstand doet van het genot van het goed en dat hij interesten claimt. Van dan af moet de blote eigenaar boven op de kapitalisatiewaarde een interest betalen die berekend wordt tegen de wettelijke interestvoet.

Minimale interestvoet van 1% per jaar

De nieuwe omzettingstabel voorziet in een interestvoet van minimaal 1% per jaar. Het gaat om een verplichting die op 1 juli 2016 werd ingevoerd ter bescherming van bepaalde categorieën van vruchtgebruikers.

In bepaalde gevallen en in het bijzonder voor 'oudere' vruchtgebruikers (die een lagere levensverwachting hebben) kan het immers gebeuren dat de interestvoet negatief is en dat de mathematische berekening van de waarde van het vruchtgebruik dus tot een negatief cijfer leidt. De minimale rentevoet van 1% is een nettorentevoet na aftrek van lasten en roerende voorheffing. Het gaat om een absoluut minimum dat moet worden toegepast indien de overeenkomstig de wet uitgevoerde berekening tot een lagere rentevoet zou leiden.

Vanaf 21 juli 2017

Het MB van 1 juli 2017 treedt in werking op 21 juli 2017, tien dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

Het bevat in bijlage de geactualiseerde omzettingstabel van het vruchtgebruik, zoals bedoeld in artikel 745sexies, § 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Bron: Ministerieel besluit van 1 juli 2017 tot bepaling van de omzettingstabellen van het vruchtgebruik als bedoeld in artikel 745sexies, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, BS 11 juli 2017.

Zie ook:
- Ministerieel besluit van 1 juli 2016 tot bepaling van de omzettingstabellen van het vruchtgebruik als bedoeld in artikel 745sexies, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, BS 7 juli 2016 (omzettingstabellen 2016).
- Burgerlijk Wetboek (artikel 745 en 745sexies, § 3).