Contactverbod met minderjarigen bij vrijheid onder voorwaarden altijd in Centraal Strafregister

Een contactverbod met minderjarigen dat door de onderzoeksrechter wordt opgelegd in het kader van een invrijheidstelling onder voorwaarden, moet altijd vermeld worden in het Centraal Strafregister. Nu gebeurt dat alleen wanneer de betrokkene geen woon-of verblijfsplaats heeft in ons land.

Een contactverbod werd dus tot nog toe niet vermeld op uittreksels uit het strafregister van mensen die in België wonen of verblijven. De informatie wordt alleen doorgestuurd naar de politiedienst van de gemeente waar de betrokkene woont of verblijft. Terwijl de gegevens van cruciaal belang kunnen zijn bij sollicitaties, commerciële activiteiten, bij handelingen in het buitenland, enz.

De Wet op de voorlopige hechtenis wordt daarom aangepast. Alle beslissingen waarbij de onderzoeksrechter in het kader van 'een vrijheid onder voorwaarde of invrijheidsstelling onder voorwaarden' een contactverbod oplegt met minderjarigen moeten worden overgezonden aan het Centraal Strafregister. Op die manier wordt de informatie vermeld op de uittreksels wanneer die in het kader van artikel 593, 594 en 596 van het Wetboek van Strafvordering opgevraagd worden door bepaalde administratieve overheden (bv. in het kader van het onderwijs), gerechtelijke instanties of politiediensten.

Hoofdstuk 13 van de vierde Potpourri-wet is op 9 januari 2017 in werking getreden.

Bron: Wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 30 december 2016. (art. 106 Potpourri IV)