Guilty plea in Belgisch Strafrecht

De Potpourri II-wet introduceert de 'guilty plea' of de 'voorafgaande erkenning van schuld' in ons strafrecht. Daarbij komt het erop neer dat verdachten of beklaagden die vooraf hun schuld bekennen, strafvermindering kunnen krijgen. Al gelden er heel wat voorwaarden en beperkingen.

Het systeem moet de afhandeling van strafzaken vereenvoudigen en versnellen. De procedure vermijdt immers dat er lange debatten moeten worden gevoerd.

In een notendop

De regeling houdt concreet in dat het Openbaar Ministerie en de verdachte of beklaagde die zijn schuld aan de hem tenlastegelegde feiten bekent, een overeenkomst afsluiten over de bestraffing. Die overeenkomst wordt nadien ter bekrachtiging voorgelegd aan de correctionele rechtbank of de politierechtbank. De rechter zal de voorgelegde straffen uitspreken als hij van oordeel is dat aan alle voorwaarden is voldaan.

Toepassingsgebied

De procedure kan worden toegepast wanneer het dossier zich op het niveau van het parket bevindt en, in geval van een gerechtelijk onderzoek, na de verwijzing naar het vonnis gerecht. Maar de regeling kan ook worden gevolgd in geval de onderzoeksrechter met een onderzoek is gelast. In dat geval kan het OM de procedure slechts voorstellen na de beschikking of het arrest van verwijzing naar de correctionele rechtbank of de politierechtbank.

De regeling geldt niet alleen voor natuurlijke personen. Ze kan ook worden toegepast op rechtspersonen.

Initiatief

De procedure wordt dus geïnitieerd door het Openbaar Ministerie. Hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de verdachte of de beklaagde of zijn advocaat.

Maar het OM kan de 'Guilty Plea' alleen voorstellen, wanneer het - indien de zaak voor een rechter zou worden gebracht - niet meer zou moeten vorderen dan een gevangenisstraf dan 5 jaar. Voor heel wat feiten, zoals bij verkrachting of aanranding van de eerbaarheid kan de regeling trouwens niet worden toegepast.

In zijn voorstel kan het OM alleen lagere straffen voorstellen dan het meende te moeten vorderen, of een straf voorstellen met (geheel of gedeeltelijk) uitstel, een gewone opschorting of probatie-opschorting.

Advocaat verplicht

Net het voorstel van het parket moet de verdachte of de beklaagde beslissen of hij al dan niet akkoord gaat met het voorstel. Hij heeft in totaal 10 dagen de tijd om aan het OM mee te delen dat hij de schuld aan de hem ten laste gelegde feiten erkent en de voorgestelde straf(fen) aanvaard.

Gaat hij akkoord, dan worden zijn verklaringen vastgelegd in een proces-verbaal dat wordt ondertekend oor hemzelf, zijn advocaat én de procureur des Konings. Er wordt een precies overzicht gegeven van de feiten, hun kwalificatie én de goederen en/of de vermogensbestanddelen die moeten worden afgegeven en/of verbeurdverklaard.

Eindbeslissing bij rechtbank

De overeenkomst tussen het OM en de verdachte, beklaagde of zijn advocaat gaat nadien naar de correctionele rechtbank of de politierechtbank. De rechter moet de afgesloten overeenkomst bekrachtigen. Hij houdt bij die beslissing onder meer rekening met de wil van de beklaagde om de schade te vergoeden, zijn persoonlijkheid, de overeenstemming van de feiten met de voorgestelde straffen, enz. De rechter heeft in principe een maand de tijd om dit onderzoek te voeren.

Na bekrachtiging zal de rechter de afgesproken straffen uitspreken. Hij spreekt zich ook uit over de ontvankelijkheid en gegrondheid van de burgerlijke partijstelling en neemt een beslissing over een eventuele schadevergoeding. De gedaagden worden gehoord met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering. Zo nodig wordt een deskundige aangesteld of worden de burgerlijke belangen aangehouden.

Maar de rechtbank kan ook nog beslissen om de overeenkomst niet te bekrachtigen. In dat geval wijst de rechtbank het verzoek af bij gemotiveerde beslissing. Het dossier wordt opnieuw ter beschikking gesteld van de procureur des Konings. De procedure kan evenwel opnieuw worden opgestart. Daarbij kan rekening worden gehouden met de redenen waarom de eerste rechter het verzoek heeft afgewezen. De zaak wordt toegewezen aan een andere kamer. Daarin mag geen rechter zetelen die deel uitmaakte van de eerste kamer die het verzoek tot bekrachtiging heeft afgewezen.

29 februari 2016

Art. 96 tot 99 voegen een nieuw hoofdstuk IIbis 'Voorafgaande erkenning van schuld' toe aan Boek 2, titel I van het Wetboek van Strafvordering. De Potpourri II-wet bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regels van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 96-99 Potpourri II).