Wettelijke basis voor videoverhoor bij voorlopige hechtenis

Uiterlijk vanaf 1 september 2017 zullen de raadkamer en Kamer van Inbeschuldigingstelling inverdenkinggestelden via videoconferentie kunnen verhoren. Dit vermijdt dat de betrokkenen van de gevangenis naar het gerechtsgebouw moet worden getransporteerd, wat veel kosten en veiligheidsrisico's met zich meebrengt. De procedure krijgt alvast een wettelijke basis in het Wetboek van Strafvordering en de Wet Voorlopige Hechtenis. Al zijn nog heel wat uitvoeringsbepalingen nodig vooraleer voor men er effectief mee kan starten.

Momenteel alleen persoonlijk of advocaat

Verdachten die door de onderzoeksrechter worden aangehouden, moeten periodiek verschijnen voor de raadkamer ter controle van de voorlopige hechtenis. In hoger beroep is dat voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Ook op het einde van het gerechtelijk onderzoek beslissen de raadkamer - en in hoger beroep de Kamer van Inbeschuldigingstelling - over de regeling van de rechtspleging.

Momenteel bestaan er slechts 2 manieren om te verschijnen voor de raadkamer en de KI: persoonlijk of vertegenwoordigd door een advocaat. Verdachten moeten bij persoonlijke verschijning dus steeds vanuit de gevangenis naar het gerechtsgebouw worden gebracht. Een dure aangelegenheid die ook vaak voor veiligheidsrisico's zorgt. De wetgever wil maakt het daarom mogelijk dat verdachten ook via videoconferentie voor de raadkamer of de KI kunnen verschijnen.

Beslissing ligt bij onderzoeksgerecht

De beslissing om een inverdenkinggestelde al dan niet te laten verschijnen via videoconferentie, ligt in handen van het onderzoeksgerecht. De instemming van de verdachte is dus niet vereist.

De raadkamer en de KI kunnen autonoom beslissen in het licht van het onderzoek of het al dan niet is aangewezen om de inverdenkinggestelde persoonlijk te laten verschijnen.

Geen wettelijke definitie

Videoconferentie kan worden omschreven als: 'het in reële tijd, met gebruik van interactieve telecommunicatietechnieken, verbinding maken tussen 2 of meerdere locaties met simultane video- en geluidsoverdracht'.
Al staat die definitie niet in de wettekst zelf. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om in de wet geen omschrijving te geven zodat latere wetswijzigingen door technologische ontwikkelingen, worden vermeden. De definitie werd alleen aangehaald tijdens de parlementaire voorbereiding.

Niet nieuw

Videoconferentie in strafzaken is trouwens niet helemaal nieuw. België startte in 2002 een proefproject in Charleroi en Leuven. De raadkamer kon toen gedetineerden - met hun instemming - vanuit de gevangenis verhoren via videoconferentie. Het project was succesvol, maar werd 4 maanden later stopgezet omdat er geen wettelijke basis voor was.

Vandaag worden er in Antwerpen en Hasselt - bij wijze van proefproject - wel videoconferenties gebruikt in burgerlijke zaken. En het federaal parket gebruikt videoconferentie sinds 2013 ter vervanging van buitenlandse rogatoire commissies.

Bovendien bestaat het systeem ook in heel wat andere landen. Nederland gebruikt het al 10 jaar in de hele gerechtelijke procedure. En in onder meer Italië, Frankrijk, Zwitserland en Australië wordt de procedure al heel wat jaren toegepast in strafzaken.

De Europese Unie spoort de lidstaten trouwens aan om vaker videoconferenties te gebruiken. Het bevorderen van videoconferenties in strafzaken vormt één van de doelstellingen van het meerjarenactieplan 2009-2013 voor de Europese e-justitie.

Nog heel wat onduidelijkheid

De procedure heeft nu wel een wettelijke basis, wat de uitvoering betreft is er nog heel wat onduidelijkheid. Tijdens de parlementaire voorbereiding werd aangegeven dat er geen afzonderlijk rechtsmiddel komt tegen de beslissing van de raadkamer of de KI om de inverdenkinggestelde in voorlopige hechtenis te laten verschijnen via videoconferentie, en dat de procedure aangewezen is bij terreurdreiging niveau 4. Al moeten deze en andere uitvoeringsbepalingen nog geconcretiseerd worden in een uitvoeringsbesluit.

Uiterlijk op 1 september 2017

De Koning zal de datum van inwerkingtreding nog vastleggen. Bedoeling is alvast dat de wet van 29 januari 2016 ten laatste op 1 september 2017 van kracht wordt.

Bron: Wet van 29 januari 2016 betreffende het gebruik van videoconferentie voor de verschijning van inverdenkinggestelden in voorlopige hechtenis, BS 19 februari 2016.