Niet meer naam van vader bij onenigheid of uitblijven naamkeuze

Een kind krijgt niet meer automatisch de naam van de vader wanneer de ouders het niet eens raken of geen keuze maken. Het Grondwettelijk Hof heeft beslist dat die naamgeving ongrondwettig is, wegens de verschillende behandeling van de moeder en de vader. De regeling blijft wel nog bestaan tot 31 december 2016. Daarna moet er een nieuwe zijn.

Naamkeuze

Ouders kiezen zelf de achternaam van hun kind. Ze kunnen de naam van de vader kiezen, de naam van de moeder of een dubbele naam (die van de vader én de moeder in de volgorde die ze zelf willen). Zijn de ouders het niet eens over de naamkeuze dan krijgt het kind de naam van de vader. Dat is ook zo wanneer de ouders geen keuze maken.

Vernietigingsverzoek

Een mama en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen hebben de vernietiging gevraagd van de naamgeving in geval de ouders het niet eens raken of geen naam kiezen. Zij konden zich niet vinden in het de facto vetorecht van de vader.

Ongrondwettelijk

Het Grondwettelijk Hof stelt dat het recht om de familienaam van zijn kind te kiezen geen grondrecht is. De wetgever kan dus de naamgeving regelen mits hij daarbij het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie - in samenhang met het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven - eerbiedigt.

De wetgever heeft ervoor gekozen om voorrang te geven aan de wilsautonomie van de ouders. Het is pas wanneer de ouders het oneens zijn of geen keuze maken dat de wetgever zelf de naam van het kind vastlegt. De wetgever doet dat zelf en laat die keuze niet over aan de rechter. Door het zelf te doen ligt de naam van het kind op een eenvoudige, snelle en eenvormige manier vast.

Tot zover is er dus niets mis met de naamregeling in geval van onenigheid of gebrek aan keuze. Maar dan constateert het Hof dat de vader en de moeder niet op dezelfde manier worden behandeld. Het kind draagt immers altijd de naam van de vader. Het verschil in behandeling tussen vader en moeder is uitsluitend gegrond op het criterium van het geslacht van de ouders. Dat mag - zegt het Hof - maar dan moeten er wel zeer sterke overwegingen aanwezig zijn die het verschil in behandeling kunnen verantwoorden.

Uit de memorie van toelichting bij de nieuwe naamsregeling blijkt dat de keuze van de wetgever voor de naam van de vader stoelt op de traditie en op de 'wil om de hervorming geleidelijk tot een goed einde te brengen'. Twee elementen die - volgens het Hof - geen zeer sterke overwegingen zijn die het verschil in behandeling op basis van het geslacht verantwoorden. Bovendien, zegt het Hof, komt de naamregeling eigenlijk neer op een vetorecht van de vader in geval de moeder haar eigen naam of een dubbele naam wil en de vader het daar niet mee eens is.

Het Hof beslist dan ook om de regel te vernietigen waarbij het kind de naam van de vader krijgt bij onenigheid of bij gebrek aan keuze. Om rechtsonzekerheid te vermijden worden de gevolgen van de vernietigde bepaling wel gehandhaafd tot 31 december 2016. Wat betekent dat er tegen 1 januari 2017 een nieuw naamgeving moet zijn voor dergelijke gevallen.

Bron: GwH 14 januari 2016, nr. 3/2016

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 335)