Faillissementsverzekering voor zelfstandigen bij gedwongen stopzetting

Een wet van 16 januari 2013 heeft de faillissementsverzekering voor zelfstandigen uitgebreid tot bepaalde gevallen van gedwongen stopzetting. Een uitvoeringsbesluit bepaalt nu om welke gevallen het precies gaat.

3 categorieën

Het sociaal vangnet van de faillissementsverzekering bestaat uit een uitkering en een beperkt behoud van sociaal statuut (geneeskundige zorgen en gezinsbijslagen) voor maximum 4 kwartalen.

Sinds de wet van 16 januari 2013 maakt men een onderscheid tussen 3 categorieën. De faillissementsverzekering is voortaan namelijk van toepassing op:

de gefailleerde zelfstandigen, en op de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een handelsvennootschap die failliet werd verklaard. Dit is de 'faillissementsverzekering in geval van faillissement'.

de andere zelfstandigen wanneer ze zich in de onmogelijkheid bevinden om aan hun opeisbare of nog te vervallen schulden te voldoen. Dit is de 'faillissementsverzekering in geval van collectieve schuldenregeling'. Die categorie werd verder uitgewerkt in een KB van 14 januari 1999.

de zelfstandigen die door omstandigheden onafhankelijk van hun wil gedwongen worden hun zelfstandige activiteit stop te zetten, en die geen beroepsinkomen of vervangingsinkomen hebben. Dit is de 'faillissementsverzekering in geval van gedwongen stopzetting'. Die categorie is nieuw!

Gedwongen stopzetting

De nieuwkomer komt aan bod in een uitvoerings-KB van 13 maart 2013. Om te kunnen genieten van de sociale verzekering moet de zelfstandige namelijk 'het slachtoffer zijn van één van de volgende gebeurtenissen die, onafhankelijk van zijn wil, de uitoefening van de zelfstandige activiteit tijdelijk of definitief onmogelijk hebben gemaakt':

1/ Natuurramp

Dit is:

elk natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter. Hier verwijst men naar de 'schadelijke feiten' uit de Natuurrampenwet van 12 juli 1976;

elke natuurramp zoals omschreven in de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

Het gaat onder andere om aardverschuivingen, grondverzakkingen, overstromingen, stormwinden en landbouwrampen.

2/ Brand

Ook hier verwijst men naar de wet op de landverzekeringsovereenkomst. Een 'brand' is namelijk elke gebeurtenis die onder de normale dekking van de brandverzekering valt, en die de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting van de zelfstandige heeft beschadigd.

De brandverzekering dekt volgens de wet van 25 juni 1992 de verzekerde goederen tegen schade veroorzaakt door brand, door blikseminslag, door ontploffing, door implosie, door het neerstorten van of het getroffen worden door luchtvaartuigen (of door voorwerpen die ervan afvallen of eruit vallen), en door het getroffen worden door enig ander voertuig of door dieren, tenzij anders is bedongen.

3/ Vernieling

Dit is elke vernieling van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting van de zelfstandige door een gebeurtenis die door een derde is veroorzaakt. Men maakt hier uitdrukkelijk het onderscheid met een 'natuurramp' en een 'brand'.

4/ Allergie

Dit is elke allergie waaraan de zelfstandige lijdt en die:

erkend is door de adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling;

veroorzaakt is door de uitoefening van zijn specifieke zelfstandige activiteit, en waarvoor de zelfstandige geen uitkering ontvangt op basis van het Arbeidsongeschiktheidsbesluit voor Zelfstandigen.

De allergie wordt geacht zich voor te doen op de datum van de erkenning door de adviserend geneesheer.

Let op! De stopzetting van de zelfstandige activiteit grijpt plaats op de datum waarop de gebeurtenis zich voordoet.

Inlichtingenformulier

Bij het inlichtingenformulier bij de aanvraag van de sociale verzekering voegt de aanvrager documenten die toelaten om de gebeurtenis en de gedwongen stopzetting van de zelfstandige activiteit vast te stellen.

Van zodra het mogelijk is, bezorgt de aanvrager elk later verkregen proces-verbaal, verslag, beslissing of document over de gebeurtenis aan zijn sociale verzekeringskas. Op basis van die documenten zal de sociale verzekeringskas de gebeurtenissen verifiëren.

Bewijs

Tot bewijs van het tegendeel worden de gebeurtenissen geacht bewezen te zijn, wanneer:

1/ bij een natuurramp of een brand, documenten toelaten om vast te stellen dat:

de natuurramp of de brand zich heeft voorgedaan op een bepaalde datum en;

de natuurramp of de brand de oorzaak is van de schade aan de gebouwen of de professionele uitrusting van de zelfstandige; en

de natuurramp of de brand de oorzaak is van de onmogelijkheid van de zelfstandige om zijn beroepsactiviteit verder te zetten vanaf de vermelde datum.

2/ bij een vernieling, documenten toelaten om vast te stellen dat:

de feiten de zelfstandige hebben getroffen op een bepaalde datum en;

de zelfstandige zich, tengevolge van de vernieling, in de onmogelijkheid bevindt om zijn zelfstandige activiteit verder te zetten vanaf de vermelde datum.

3/ bij een allergie:

een attest van de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling toelaat vast te stellen dat: de allergie van de zelfstandige veroorzaakt is door de uitoefening van zijn specifieke zelfstandige activiteit en;de allergie onverenigbaar is met het verder zetten van de specifieke zelfstandige activiteit, en dit vanaf de door de adviserend geneesheer vastgestelde datum;

de sociale verzekeringskas heeft geverifieerd dat de zelfstandige geen uitkering ontvangt op basis van het Arbeidsongeschiktheidsbesluit voor Zelfstandigen.

Herziening

De sociale verzekeringskas kan haar beslissing herzien. Dit kan van zodra ze ervan op de hoogte is dat de sociale verzekering onterecht werd verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen.

De verzekeringskas herziet haar beslissing tot toekenning van de sociale verzekering vanaf de datum waarop deze beslissing uitwerking had. De nieuwe beslissing wordt aan de aanvrager aangetekend verstuurd. Het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen wordt ook op de hoogte gebracht.

Aanpassingen

In de marge past het wijzigings-KB van 13 maart 2013 het KB 19 december 1967 aan aan de nieuwe situatie. Dit betekent logischerwijs dat zelfstandigen geen bijdragen moeten betalen voor de kwartalen waarvoor bij een gedwongen stopzetting in het kader van de faillissementsverzekering rechten geopend worden binnen de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Zoals gezegd, gaat het hier om geneeskundige verzorging en gezinsbijslag. Ook het Arbeidsongeschiktheidsbesluit voor Zelfstandigen wordt aangepast.

En verder zorgen twee andere KB's van 13 maart 2013 ervoor dat de uitvoeringsbesluiten bij het basisbesluit van 18 november 1996 aangepast worden aan de uitbreiding van de faillissementsverzekering. Het KB van 18 november 1996 heeft de faillissementsverzekering voor zelfstandigen ingevoerd.

Het gaat hier meer bepaald om de aanpassing van:

het KB van 14 januari 1999 tot uitvoering van artikel 2 van het KB van 18 november 1996;

het KB van 6 juli 1997 tot uitvoering van het KB van 18 november 1996.

Het opschrift van beide KB's wordt aangepast en er komen verwijzingen naar het aangepaste KB van 18 november 1996.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat de wet van 16 januari 2013 de aanvraagtermijn voor de faillissementsverzekering met één kwartaal verlengd heeft.

Bovendien kan men nu meerdere keren genieten van de verzekering. Dit betekent dat de zelfstandige de niet-gebruikte periodes later nog kan opnemen. De totale duur van de sociale verzekering tijdens de volledige loopbaan mag wel niet meer dan 12 maanden bedragen. Dit maximum wordt bepaald door de 3 vormen van faillissementsverzekering samen te nemen.

In werking

De drie besluiten van 13 maart 2013 treden net als de wet van 16 januari 2013 retroactief in werking op 1 oktober 2012 voor gebeurtenissen die zich voordoen vanaf die datum.

Bron: Koninklijk besluit van 13 maart 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 1999 tot uitvoering van artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, BS 5 april 2013

Bron: Koninklijk besluit van 13 maart 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, BS 5 april 2013

Bron: Koninklijk besluit van 13 maart 2013 tot uitvoering van artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting en tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 5 april 2013

Zie ook:
- Wet van 16 januari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 15 februari 2013
- Koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 29 juli 1967 (Sociaal statuut voor zelfstandigen)
- Wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, BS 13 augustus 1976 (art. 2, § 1 van de Natuurrampenwet)
- Artikel 68-2, § 1 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 20 augustus 1992
- Koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, BS 7 augustus 1971 (Arbeidsongeschiktheidsbesluit voor Zelfstandigen)