Voltooiingswaarborg ook bij verzekeraars

Een niet-erkende aannemer moet een voltooiingswaarborg storten bij een kredietinstelling of een hypotheekonderneming. Vanaf nu kan dat ook bij een verzekeringsonderneming.

Een niet-erkende aannemer die een huis of appartement wil bouwen, verbouwen of uitbreiden, moet de voltooiing van de werken waarborgen met een hoofdelijke borgstelling bij een kredietinstelling, hypotheekonderneming of - vanaf nu ook - verzekeringsonderneming. De aannemer moet de bouwheer binnen de 30 dagen na het sluiten van de aannemingsovereenkomst een bewijs van borgstelling bezorgen. Als dan later blijkt dat de aannemer zijn verplichtingen niet nakomt, zal de financiële instelling aan de bouwheer een som betalen die het moet mogelijk maken om de bouw-, verbouwings- of uitbreidingswerken te voltooiien.
De borgstelling eindigt bij de voorlopige oplevering van de werken.

Bij een erkende aannemer bedraagt het bedrag van de zekerheidsstelling of borgtocht 5% van de prijs van het gebouw, afgerond naar het hogere duizendtal. Erkende aannemers konden hun waarborg al stellen bij de 3 types van financiële instellingen.

Niet-erkende aannemers konden echter niet bij de verzekeraars terecht. Er was eigenlijk geen reden voor dit onderscheid en dus worden de erkende en niet-erkende aannemers voortaan gelijk behandeld. Zeker nu de banken zich meer en meer terugplooien op hun kernactiviteiten en minder waarborgen leveren, is het voor de niet-erkende aannemer interessant dat hij ook een voltooiingswaarborg kan stellen bij een verzekeraar.

Deze aanpassing geldt vanaf 28 september 2012.

Bron: Koninklijk besluit van 21 september 2012 tot wijziging van het koninklijk belsuit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, BS 28 september 2012.

Zie ook: 
- Wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen , BS 11 september 1971 (art. 12 van de Woningbouwwet i.v.m. de voltooiingswaarborg). 
- Koninklijk besluit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, BS 4 november 1971 (borgstelling door erkende aannemer en borgstelling door niet-erkende aannemer).  
- Koninklijk besluit van 14 maart 2002 betreffende de gezamenlijke borgtochten voor overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, BS 29 maart 2002 (borgstelling door erkende aannemer).