Hogere boete voor wie btw niet of te laat betaalt

Vanaf 1 juli 2012 wordt een btw-belastingplichtige bestraft met een boete van 15% (in plaats van 10%) van de verschuldigde belasting als de btw-hoofdcontroleur hem een bericht stuurt omdat hij niet tijdig de btw heeft betaald waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke btw-aangiften of uit het opstellen van de bijzondere rekening (wijziging afdeling 1, rubriek I, tabel G van de bijlage bij het KB nr. 41 van 30 januari 1987 door art. 1 van het KB van 9 juli 2012).

Btw-belastingplichtigen die de btw of de voorschotten, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangiften van de over de binnenlandse en intracommunautaire verrichtingen verschuldigde btw (art. 53, § 1, 1ste lid, 2°, WBTW) of uit het opstellen van de bijzondere rekening, niet of niet tijdig betalen, worden bestraft met een geldboete (art. 70, § 1, WBTW en Tabel G, Afdeling 1. rubriek I., KB nr. 41 van 30 januari 1987).

Die boete bedraagt: Voor overtredingen vastgesteld door het Centrum voor Informatieverwerking (C.I.V.) betreffende de belasting en voorschotten waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de maand- en kwartaalaangiften bedoeld in artikel 53, § 1, 1ste lid, 2° van het Btw-wetboek 0,8% per maand vertraging (= moratoire interest bepaald in art. 91, § 1, WBTW), te berekenen over het verschuldigde of nog verschuldigde bedrag Voor overtredingen waarvoor de btw-hoofdcontroleur een bericht stuurt betreffende:

-belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, 1ste lid, 2° van het Btw-wetboek, of uit het opstellen van de bijzondere rekening vanaf 1 juli 2012: 15% (i.p.v. 10%) van de verschuldigde belasting

-voorschotten verschuldigd door belastingplichtigen gehouden tot het indienen van maand- of kwartaalaangiften bedoeld in artikel 53, §1, 1ste lid, 2° van het Btw-wetboek 0,8% per maand vertraging (= moratoire interest bepaald in art. 91, § 1, WBTW), te berekenen over het verschuldigde of nog verschuldigde bedrag

Bron: Koninklijk besluit van 9 juli 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 17 juli 2012, 39.038.

Zie ook:
Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 7 februari 1987.