Aanvullende vakantie bij begin of hervatting van activiteit

Wie pas aan de slag gaat of na een lange periode opnieuw begint te werken, heeft toch recht op vakantie. Er was al een wettelijke basis voor deze 'aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van de activiteit'. Nu is ook het bijhorende uitvoeringsbesluit gepubliceerd.

Vakantiewetgeving

De Belgische private vakantiewetgeving voorziet in een recht op 4 weken vakantie met vakantiegeld. Werknemers bouwen hun vakantiedagen op in het vakantiedienstjaar en nemen ze op in het daaropvolgende jaar. Dat is het vakantiejaar. Wie in een bepaald jaar niet gewerkt heeft, bouwt niets op en heeft dus ook geen recht op vakantie in het daaropvolgende jaar.

Volgens de Europese Commissie is dit in strijd met de Arbeidsrichtlijn 2003/88. Europa stelt dat álle werknemers jaarlijks recht hebben op minstens 4 weken vakantie met behoud van loon.

Aanvullende vakantie

Daarom heeft de wet houdende diverse bepalingen (I) van 29 maart 2012 de basis gelegd voor een bijkomend recht op vakantie. Dat recht op aanvullende vakantie krijgt nu vorm in een KB van 19 juni 2012.

Wie voor het eerst onder de vakantieregeling voor werknemers valt, heeft op die manier recht op extra vakantie. Ook zelfstandigen die werknemer worden, werknemers die uit de overheidssector komen en personen die in het buitenland gewerkt hebben en werknemers worden, vallen onder de nieuwe regeling.

Wie opnieuw aan de slag gaat na een lange periode van volledige werkloosheid, na een lange ziekteperiode, na een volledige loopbaanonderbreking of na een periode van verlof zonder wedde, kan ook een beroep doen op de uitgebreide vakantieregeling.

Let op! Het nieuwe systeem is een aanvulling op het gewone vakantiestelsel. De werknemer hoeft dus geen keuze te maken. Hij kan de aanvullende vakantie opnemen, maar dat is geen verplichting.

Voorwaarden

De aanvullende vakantie wordt toegekend onder 3 voorwaarden:

1/ De werknemer heeft een activiteit in dienst van een of meerdere werkgevers aangevat of hervat.

Zoals gezegd, betekent 'aanvatten' hier iedere activiteit van een werknemer die nooit geheel of gedeeltelijk onderworpen is geweest aan de Jaarlijkse Vakantiewet tijdens het vakantiedienstjaar. Voor wat betreft het 'hervatten van een activiteit' verwijst men onder andere naar de werkloosheidsreglementering en de ZIV-reglementering. Er is ook sprake van een hervatting na de legerdienst.

2/ De werknemer heeft een 'aanloopperiode' doorlopen.

Hij moet zijn werkelijke arbeidsprestaties verricht hebben (of een met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad) tijdens minstens 3 maanden, al dan niet doorlopend, gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij een of meerdere werkgevers. Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde duur worden dus ook in rekening gebracht.

3/ De werknemer heeft zijn 'gewone' wettelijke vakantiedagen (onder de huidige wetgeving) opgebruikt.

Vakantieopbouw

'Per periode van 3 maanden activiteit gedurende het kalenderjaar bij het begin of de activiteitshervatting, kan de werknemer aanspraak maken op een week aanvullende vakantie vanaf de laatste week van de betreffende periode van drie maanden', klinkt het in de verzamelwet van 29 maart 2012.

De bijkomende vakantie wordt dus opgebouwd in verhouding tot de prestaties in dat jaar. En ze wordt toegekend tijdens het jaar waarin het werk wordt aangevat of hervat. Het uitvoeringsbesluit omschrijft hoe die opbouw precies verloopt.

1/ Arbeiders. De aanvullende vakantie voor arbeiders wordt bepaald op basis van de tabel die opgenomen is in het KB van 19 juni 2012, verminderd met de wettelijke vakantiedagen.

Let op! De bestaande tabel voor de berekening van de wettelijke vakantieduur is lichtjes gewijzigd. De nieuwe tabel wordt van kracht op 1 januari 2013, het 'vakantiedienstjaar 2012 - vakantiejaar 2013' dus.

2/ Bedienden. Vanaf de laatste week van de aanloopperiode heeft de werknemer recht op maximum 6 vakantiedagen in een arbeidsstelsel van 6 dagen per week. Is dit niet het geval, dan heeft hij recht op vakantiedagen in verhouding tot zijn arbeidsstelsel tijdens de aanloopperiode.

Na de aanloopperiode heeft de werknemer recht op 2 dagen per maand prestaties in een arbeidsstelsel van 6 dagen per week, verricht bij een of meerdere werkgevers. Werkt hij in een ander stelsel, dan heeft hij recht op vakantiedagen in verhouding tot zijn arbeidsstelsel.

De vakantieduur wordt verminderd met de wettelijke vakantiedagen.

Vakantiegeld

De aanvullende vakantie wordt gefinancierd door de werknemer. Via een prefinanciering met het (dubbel) vakantiegeld van het volgende jaar. De uitbetaling wordt vervroegd in de tijd tot de compensatie rond is.

1/ Arbeiders. Het aanvullend vakantiegeld bedraagt 7,69% van het loon voor de periode die recht geeft op aanvullende vakantie, eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgestelde dagen van inactiviteit.

Het aanvullend vakantiegeld wordt ten laatste uitbetaald in de loop van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het recht op aanvullende vakantie werd uitgeoefend. Dit gebeurt op basis van een formulier dat de werknemer overhandigt aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie of aan een bijzonder vakantiefonds.

Het aanvullend vakantiegeld wordt in mindering gebracht bij de volgende uitbetaling van het vakantiegeld, ten belope van maximum 50%. Het wordt uitbetaald door het vakantiefonds. In principe op het ogenblik dat de arbeider zijn vakantie neemt.

2/ Bedienden. Op de gewone datum waarop het loon betaald wordt, heeft de bediende recht op een bedrag dat gelijk is aan zijn normaal loon voor de dagen aanvullende vakantie. Dit aanvullend vakantiegeld komt in mindering bij latere uitbetalingen van dubbel vakantiegeld.

De aftrek moet gebeuren op het vakantiegeld van het jaar dat volgt op de opname van de aanvullende vakantie of op het vertrekvakantiegeld!

Op het vakantieattest worden voortaan volgende extra gegevens opgenomen:

de brutobedragen van het uitbetaald aanvullend vakantiegeld;

het aantal opgenomen dagen aanvullende vakantie en het arbeidsstelsel waarin die vakantiedagen werden opgenomen.

In werking

De nieuwe regeling treedt in werking 1 april 2012 en is voor het eerst van toepassing op de vakantie die in 2012 wordt opgenomen.

Bron: Koninklijk besluit van 19 juni 2012 tot uitvoering van artikel 17bis van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, BS 28 juni 2012

Zie ook:
- Gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, 30 september 1971 (art. 17bis van de Jaarlijkse Vakantiewet)
- Wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen (I), BS 30 maart 2012 (art. 57-58 WDB I)
- Koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, BS 6 april 1967