Regularisatie van onregelmatige buitenlandse adoptie

Wie een kind in het buitenland heeft geadopteerd zonder de wettelijke regels na te leven, kan de adoptie voortaan geregulariseerd zien. Maar alleen onder heel strikte voorwaarden. De adoptanten moeten wel nog de voorbereiding volgen en geschikt verklaard worden door de jeugdrechtbank vooraleer de adoptiebeslissing kan erkend worden.

Regularisatie

Adoptanten met hun gewone verblijfplaats in België die een kind in het buitenland geadopteerd hebben, zonder dat ze in ons land een voorbereiding hebben gevolgd en zonder dat ze een geschiktheidsvonnis hebben gekregen, kunnen hun adoptie voortaan laten regulariseren. Het is de federale centrale autoriteit (dienst Internationale adoptie bij de FOD Justitie) die daarvoor bevoegd is.

Toestemming voor voorbereiding

De federale centrale autoriteit die kennis krijgt van een onregelmatige buitenlandse adoptie, hoeft niet langer de erkenning van de door de adoptanten verkregen buitenlandse rechterlijke beslissing of openbare akte automatisch te weigeren. Voortaan onderzoekt zij het dossier.
Zij kan de adoptanten de toestemming geven om de door de gemeenschap georganiseerde adoptievoorbereiding te volgen en bij de jeugdrechtbank het vonnis aan te vragen waarbij ze geschikt en bekwaam worden bevonden om een interlandelijke adoptie aan te gaan. En eens dat vonnis er is, kan de federale centrale autoriteit de buitenlandse rechterlijke beslissing of openbare akte over de adoptie erkennen.

Strikte voorwaarden

Uiteraard kan regularisatie niet zomaar. Om misbruiken te vermijden, zijn er strikte voorwaarden. Er zijn er vijf en die zijn cumulatief. Pas wanneer die vervuld zijn, zal de federale centrale autoriteit toestemming geven om met de voorbereiding te starten.

Geen wetsontduiking

De buitenlandse adoptie mag niet gebeurd zijn om de Belgische adoptiewetgeving te ontduiken. Wetsontduiking doet zich bv. voor wanneer adoptanten wel degelijk voldoende ingelicht waren over de Belgische wetgeving maar opzettelijk beslist hebben om die niet te volgen en in het buitenland een vrije adoptieprocedure in te stellen.

Intrafamiliale adoptie

Regularisatie kan als het gaat om een intrafamiliale adoptie. Het kind moet verwant zijn met de adoptant, zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont. Ook verwanten van overleden partners komen in aanmerking. De verwantschapsgraad wordt beperkt tot de vierde graad.

Maar regularisatie kan ook wanneer het kind, zonder verwant te zijn met de adoptanten, zijn dagelijks leven duurzaam heeft gedeeld met de adoptanten, nog voor er sprake was van een adoptieproject. De band die tussen adoptanten en kind bestaat moet zijn zoals een band tussen ouders en kind.

Geen andere duurzame oplossing

Voor het kind mag er geen andere duurzame oplossing van familiale opvang bestaan dan de interlandelijke adoptie. Hierbij wordt rekening gehouden met het hoger belang van het kind en zijn rechten op grond van het internationale recht.

Om te beoordelen of die voorwaarde is vervuld, neemt de federale centrale autoriteit het tijdstip van de regularisatieaanvraag als referentiepunt. Dit betekent dat, wanneer na de adoptie een duurzame oplossing van familiale opvang is gevonden voor het kind, de regularisatie niet zal toegestaan worden. Wordt het kind opgevangen in een instelling, dan zal regularisatie wel kunnen.

Deze derde voorwaarde geldt niet wanneer het gaat om een kind van de echtgenoot of de persoon met wie de adoptant samenwoont. Regularisatie is in zo'n geval mogelijk, ook als het kind nog bij zijn moeder of vader woont, of een andere duurzame familiale opvang heeft.

Erkenningsvoorwaarden

De federale centrale autoriteit gaat ook na of de erkenningsvoorwaarden nageleefd kunnen worden wanneer de adoptieprocedure wordt geregulariseerd en zij verzocht zal worden om het adoptievonnis te erkennen.

Zij zal bv. onderzoeken of de adoptie wel door de bevoegde autoriteit of in de door het buitenlands recht vereiste vormen is tot stand gebracht.

Advies centrale gemeenschapsautoriteit

Tot slot moet de centrale autoriteit van de gemeenschap (in Vlaanderen Kind en Gezin) een advies geven. Dat gaat onder meer over de adopteerbaarheid van het kind en de vraag of de interlandelijke adoptie en de beslissing om het kind toe te vertrouwen aan de adoptanten toegemoet komt aan het hoger belang van het kind en de eerbied voor zijn fundamentele rechten.

Het advies zal gebaseerd zijn op een kinddossier dat de bevoegde autoriteit in het land van herkomst zal moeten bezorgen.

Erkenning

Als de vijf voorwaarden zijn vervuld, geeft de federale centrale autoriteit toestemming om de adoptieprocedure op te starten. De adoptanten kunnen vanaf dan de door de gemeenschap georganiseerde voorbereiding volgen en een vonnis krijgen waaruit blijkt dat ze bekwaam en geschikt zijn om tot een interlandelijke adoptie over te gaan.

Wanneer de federale centrale autoriteit het afschrift van het geschiktheidsvonnis ontvangt zal zij in principe de vreemde adoptiebeslissing erkennen. Tenzij bv. wanneer intussen zou blijken dat de adoptie strijdig is met de openbare orde.

Wanneer de vijf voorwaarden niet zijn vervuld, krijgen de adoptanten geen toestemming om de adoptieprocedure op te starten. De centrale autoriteit zal dan weigeren om de adoptiebeslissing te erkennen.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 11 april 2012 treedt in werking op 17 mei 2012.

Overgangsregeling

De wetgever voorziet in een uitgebreide overgangsregeling.

Het eerste geval gaat over de situatie waarbij de federale centrale autoriteit, voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet, een adoptie niet heeft willen erkennen, omdat zij op een onregelmatige wijze werd verkregen. De adoptanten kunnen de zaak nu opnieuw bij de autoriteit aanhangig maken voor een regularisatie. Wanneer die hen, bij vervulling van de vijf voorwaarden, toestemming geeft om de voorbereiding te volgen en ze een geschiktheidsvonnis krijgen, kan de autoriteit zich nog een keer uitspreken over de eerder geweigerde erkenning van de akte of beslissing waarbij de adoptie werd uitgesproken.

De tweede overgangsbepaling regelt het geval waarbij de adoptanten, voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet, een buitenlandse adoptiebeslissing hebben verkregen zonder voorbereiding of geschiktheidsvonnis, maar die de adoptieprocedure wel al hebben opgestart.

Als de procedure op het moment van de inwerkingtreding nog niet is afgelopen, kunnen de adoptanten de zaak voor een regularisatie aanhangig maken bij de federale centrale autoriteit.

Als de procedure is beëindigd voor de inwerkingtreding van de wet, kunnen de adoptanten onverwijld een verzoek tot erkenning van de adoptie aanhangig maken. Uiteraard zal de autoriteit wel nagaan of de vijf voorwaarden zijn vervuld.

Bron: Wet van 11 april 2012 tot regularisatie van de adoptieprocedures die in het buitenland zijn gevoerd door personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben, BS 7 mei 2012.

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek, art. 361-1 e.v.