Nutsbedrijven ingezet in strijd tegen domiciliefraude

Door gegevens uit te wisselen met nutsbedrijven zal de sociale inspectie in de toekomst makkelijker kunnen aantonen dat een bepaald adres fictief is. Fictieve adressen worden vaak gebruikt om ten onrechte sociale uitkeringen binnen te rijven.

Bijkomende aanwijzing

Wanneer sociaal inspecteurs op basis van andere elementen in een onderzoek vermoeden dat een adres nep is omdat de sociaal verzekerde er niet echt woont, kunnen ze de verbruiksgegevens van water, elektriciteit en gas opvragen bij nutsbedrijven en distributienetbeheerders. Denk aan gegevens over laag gebruik en informatie over de voorafbetalingen bij budgetmeters.

De bedrijven krijgen 14 dagen de tijd om de informatie door te spelen. Ze moeten ingaan op het verzoek. De gegevens zijn een 'bijkomende aanwijzing' voor het misbruik. Het is dus niet de bedoeling dat de inspecteurs enkel op basis van de opgevraagde informatie concluderen dat er gefraudeerd wordt. De gegevens zijn een aanwijzing dat het pand onbewoond is. Een indicatie van misbruik, maar geen sluitend bewijs.

Als blijkt dat nauwelijks elektriciteit, gas of water op het officiële adres wordt verbruikt, riskeert de betrokkene zijn uitkering als alleenstaande te verliezen. Wie officieel alleen woont enkel met de bedoeling om een hogere uitkering te krijgen, kan dus makkelijker opgespoord worden. Die uitkeringstrekkers verblijven zelden op hun officiële adres en wonen meestal in bij een partner.

Informatieplicht

De inspecteurs hebben een informatieplicht. Bij een administratief onderzoek moeten ze de gerechtigde (of een derde) meedelen dat ze de verbruiksgegevens van het opgegeven adres kunnen opvragen. Die 'derde' kan bijvoorbeeld de persoon zijn die niet op het adres gedomicilieerd is maar aan wie het verbruik wordt gefactureerd.

De informatie is vertrouwelijk en valt dus onder de Privacywet. De inspecteurs moeten de privacyregels respecteren. Bij het voeren van hun onderzoek kunnen ze de gegevens maximum 5 jaar bewaren.

In werking

Dit onderdeel van de programmawet (I) van 29 maart 2012 treedt in werking op 16 april 2012. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Let wel, de wetgever heeft enkel de basis gelegd. De Koning moet later nog omschrijven hoe alles precies in z'n werk zal gaan. Pas dan zullen de sociaal inspecteurs dit nieuwe wapen echt kunnen gebruiken.

Bron: Programmawet (I) van 29 maart 2012, BS 6 april 2012 (art. 100-105 PW I)