Inning geldboetes en confiscatie goederen in buitenland wordt makkelijker

België zal de strafrechtelijke en administratieve geldboetes die het oplegt, voortaan makkelijker kunnen invorderen in andere Europese lidstaten, en vice versa. Ook goederen confisceren van criminelen wordt eenvoudiger door het principe van 'wederzijdse erkenning binnen de EU'.

Inning geldboetes en confiscatie goederen in buitenland vereenvoudigd

België zal andere EU-landen voortaan via een eenvoudige procedure kunnen vragen om geldboetes (opgelegd door een rechterlijke of een administratieve autoriteit) te innen of om de bezittingen van criminelen te confisceren. De lidstaten moeten zo'n verzoek onmiddellijk uitvoeren, zonder al te veel administratie en formaliteiten. Omgekeerd geldt hetzelfde. De Belgische autoriteiten zullen buitenlandse verzoeken ook op hun beurt uitvoeren. Weigeren kan slechts in bepaalde uitzonderingsgevallen.

Europa heeft deze eenvoudige procedure mogelijk gemaakt in 2006. Twee jaar na de omzettingsdeadline maken de kaderbesluiten 2005/214/JAI over de wederzijdse erkenning van geldelijke sancties en 2006/783/JAI over de wederzijdse erkenning van beslissingen tot confiscatie nu ook integraal deel uit van ons Belgisch recht.

De mogelijkheid tot confiscatie in het buitenland is al langer mogelijk. Maar de huidige regelgeving blijkt zo omslachtig dat er weinig gebruik van wordt gemaakt.

Wet op wederzijdse erkenning uitgebreid

De basisprincipes over de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken in strafzaken binnen de EU zijn vervat in de wet van 5 augustus 2006. Die wet wordt nu op een aantal punten gewijzigd om het principe van wederzijdse erkenning ook te kunnen toepassen op geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie van goederen.

Die toepassing is bovendien niet beperkt tot strafprocedures. Het toepassingsgebied van de wet is wat betreft de geldelijke sancties uitgebreid tot procedures van administratieve aard voor zover hiertegen beroep openstaat op strafrechtelijk vlak. Concreet betekent dit dat de bevoegde autoriteiten ook geldboetes voor verkeersovertredingen, bepaalde administratieve boetes in het kader van het sociaal strafrecht en boetes voor gemengde inbreuken zoals sluitstorten makkelijker in een andere lidstaat kunnen invorderen.

Certificaat nodig

Als België wil dat een andere EU-lidstaat een beslissing tot het opleggen van een geldelijke sanctie of een beslissing tot confiscatie uitvoert, bezorgt het de bevoegde autoriteiten van dat land naast de beslissing zelf ook een certificaat dat alle relevante informatie bevat. Het certificaat vermeldt onder meer wie de beslissing heeft opgelegd, wie bevoegd is voor de tenuitvoerlegging, wie de eventuele centrale autoriteit is, met welke autoriteiten kan contact worden opgenomen voor extra informatie, de gegevens van de persoon die het onderwerp is van de beslissing en waarvoor de sanctie werd opgelegd.


Modelcertificaten zijn als bijlage opgenomen in de wet. De bevoegde Belgische autoriteit moet het certificaat ondertekenen en aangeven dat de inhoud ervan correct is.

Omgekeerd bezorgen de lidstaten die een beslissing willen laten uitvoeren in ons land hun documenten aan de territoriaal bevoegde Procureur des Konings. Voor de tenuitvoerlegging van een geldelijke sanctie is bijvoorbeeld de procureur des Konings van de verblijfplaats of de woonplaats van de betrokkene bevoegd. Voor de tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring is de correctionele rechtbank van de plaats waar de betrokken goederen of de meerderheid van de goederen zich bevinden, bevoegd. De zaak wordt aanhangig gemaakt door de procureur des Konings.

In principe wordt een tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing door ons land geweigerd als er geen certificaat is. Maar op deze regel bestaan enkele nuances. Zo kan België bijvoorbeeld toch overgaan tot uitvoering wanneer ze meent over voldoende gegevens te beschikken.

Weigeringsgronden

In principe worden erkende buitenlandse verzoeken onmiddellijk uitgevoerd, maar de Belgische autoriteiten kunnen verzoeken in bepaalde gevallen ook weigeren. Bijvoorbeeld wanneer er geen dubbele strafbaarstelling is: het feit waarop de beslissing betrekking heeft, is in Belgisch recht geen strafbaar feit. Hierop bestaan wel enkele uitzonderingen. Voor een aantal feiten wordt die dubbele strafbaarstelling niet nagegaan voor zover het betrokken gedrag in de uitvaardigende staat strafbaar is met een maximale vrijheidsberovende straf van ten minste drie jaar. Wanneer het gaat om beslissingen waarbij een geldelijke sanctie is opgelegd gaat het onder meer over gedragingen in strijd met de verkeersregels (met inbegrip van de inbreuken op de rij- en rusttijden en op bepalingen m.b.t. het vervoer van gevaarlijke goederen), smokkel van goederen of inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten.

Daarnaast bestaan er ook enkele specifieke weigeringsgronden. Zo wordt de uitvoering van een geldelijke sanctie geweigerd wanneer de beslissing gegeven is tegen een persoon die volgens Belgisch recht te jong is om strafrechtelijk verantwoordelijk te worden gesteld voor de betrokken feiten. Een beslissing tot verbeurdverklaring kan dan weer geweigerd worden wanneer de rechten van een belanghebbende partij (met inbegrip van derden) de tenuitvoerlegging onmogelijk maken. Andere weigeringsgronden hebben betrekking op de verjaring, de territorialiteit of de veroordeling bij verstek. Bij dit laatste wordt rekening gehouden met de nieuwe bepalingen uit het kaderbesluit 2009/299/JAI.

Weigering doorgeven aan Justitie

Wanneer de Belgische autoriteiten weigeren een beslissing tot het opleggen van een geldelijke sanctie uit te voeren op basis van het risico op een schending van de fundamentele rechten moeten ze de FOD Justitie hiervan inlichten. Dit is ook zo wanneer ze de tenuitvoerlegging van een beslissing tot inbeslagname of verbeurdverklaring weigeren.

Uitstel, uitvoering en intrekking

De tenuitvoerlegging van een beslissing tot verbeurdverklaring kan in bepaalde gevallen ook worden uitgesteld. Bijvoorbeeld wanneer die tenuitvoerlegging een lopend strafrechtelijk onderzoek kan schaden.

De tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen gebeurt volgens het Belgische recht. De tenuitvoerlegging van beslissingen kan steeds worden ingetrokken door het verzoekende land.

14 april 2012

De wet van 26 november 2011 en 19 maart 2012 die de wet van 5 augustus 2006 wijzigen, treden in werking op 14 april 2012, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (I),BS 4 april 2012.

Bron: Wet van 26 november 2011 tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (II), BS 4 april 2012.

Zie ook:
Wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, BS 7 september 2006.
Schriftelijke vraag nr. 5-182 van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 september 2010 aan de minister van Justitie, Criminaliteit - Confiscatie bezittingen in het buitenland.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, Parl. St. Kamer 2011, nr. 53K1703/001.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, Parl. St. Kamer 2011, nr. 53K1703/002.