Verhoging minimumpensioen zelfstandigen zorgt niet voor lagere uitkeringen

Op 1 augustus 2010 werd het minimumpensioen voor zelfstandigen opgetrokken. Daardoor kregen sommige gerechtigden in de ziekte- en invaliditeitsverzekering een lagere uitkering omdat ze hun voordelige hoedanigheid kwijtspeelden. Wie personen ten laste heeft, heeft immers recht op een hogere uitkering. Dit geldt ook voor werknemers zonder persoon ten laste die een hogere uitkering krijgen wegens verlies van enig inkomen, en voor de personen die met hen gelijkgesteld worden.

Het inkomen van de persoon ten laste of de persoon die met de gerechtigde samenwoont, is dus bepalend voor de hoedanigheid in de ZIV-regeling, en de hogere pensioeninkomsten gooien soms roet in het eten. Dit ongewilde effect wordt nu geneutraliseerd door een KB van 28 april 2011.

Op die manier kan de gerechtigde zijn hoedanigheid van gerechtigde met gezinslast of zijn hogere uitkering wegens verlies van enig inkomen, behouden. Dit op voorwaarde dat hij zich nog altijd in dezelfde situatie bevindt. De overschrijding van het grensbedrag of het gemiddelde minimummaandinkomen door de persoon ten laste of de samenwonende persoon moet ook enkel te wijten zijn aan de verhoging van de minimumpensioenen voor zelfstandigen op 1 augustus 2010.

Deze aanvulling van het ?KB geneeskundige verzorging en uitkeringen' treedt retroactief in werking op 1 augustus 2010.

Bron: Koninklijk besluit van 28 april 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 22 juli 2011

Zie ook:
Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 31 juli 1996 (art. 225 en art. 226bis KB geneeskundige verzorging en uitkeringen)
Koninklijk besluit van 3 maart 2010 tot wijziging van het artikel 131bis , par. 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, BS 12 maart 2010