Bedrijven vragen planologisch attest bij gemeente aan

Vlaanderen wijzigt de Codex Ruimtelijke Ordening op verschillende punten. Wie een planologisch attest wil, moet binnenkort altijd bij de gemeente zijn. Die zal dan uitzoeken welk bestuursniveau bevoegd is, en de aanvraag eventueel overmaken naar het provinciale of gewestelijke niveau. De termijn om in beroep te gaan bij de Raad voor vergunningenbetwistingen verhoogt van 30 tot 45 dagen. En het is de Vlaamse Regering en niet de deputatie die de onteigeningsmachtiging geeft bij een gelijktijdige opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en een onteigeningsplan.

Onteigeningsmachtiging naar Vlaams niveau

Voortaan geeft de Vlaamse Regering de onteigeningsmachtiging die nodig is om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te verwezenlijken. Tot nu was het niet duidelijk wie hiervoor precies bevoegd was: de deputatie of de Vlaamse overheid.

Die expliciete aanduiding van de Vlaamse Regering moet de rechtsonzekerheid wegnemen wanneer de gemeente tegelijk met het ruimtelijk uitvoeringsplan ook een onteigeningsplan opstelt. De deputatie keurt, net als vroeger, het uitvoeringsplan goed. Daarna gaat het onteigeningsplan naar de Vlaamse Regering. Die kan het goedkeuren en haar onteigeningsmachtiging geven.

Planologisch attest

Bedrijven vragen een planologisch attest voortaan rechtstreeks bij de gemeente (schepencollege) aan. Tot nu dienden ze hun aanvraag bij de Vlaamse gedelegeerde planologische ambtenaar in die ze dan doorstuurde naar de gemeente, de provincie of de bevoegde gewestelijke dienst. Maar omdat bijna 90% van de aanvragen toch voor de gemeenten is, is nu beslist om alle aanvragen direct bij de gemeente te laten indienen. Zij zal dan in een beperkt aantal gevallen de aanvraag wel moeten doorverwijzen naar het provinciale of Vlaamse niveau.

De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar onderzoekt of het dossier volledig is. Bij een volledig en ontvankelijk dossier geeft hij een ontvangstbewijs af. In niet-ontvoogde gemeenten is dit een opdracht van een door het schepencollege aangeduide ambtenaar.

In principe is de gemeente bevoegd om te beslissen over de aanvraag. De Vlaamse Regering zal een limitatieve lijst opstellen met gevallen waarin niet de gemeente, maar wel de provincie of het gewest bevoegd is. Daarbij zal ze rekening houden met

de schaal van het bestaande bedrijf en de omvang van de beoogde ontwikkelingen;

de aard van het bedrijf; en

de ligging.

Behoort een aanvraag niet tot de gemeentelijke bevoegdheid, dan stuurt de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, na de afgifte van het ontvangstbewijs, de aanvraag door naar de Vlaamse Regering of de deputatie.

De opmaak van een aanvraag voor een planologisch attest moet voortaan gebeuren onder de verantwoordelijkheid van een of meer ruimtelijke planners. Er is immers een nauw verband tussen aan de ene kant de inhoud van een attestaanvraag en de beslissing erover en aan de andere kant de opmaak of wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan. Andere nieuwigheid is dat op gemeentelijk niveau voortaan de gemeenteraad de beslissing neemt, en niet meer het schepencollege.

Nog dit. Ligt het voorwerp van de aanvraag op het grondgebied van verschillende gemeenten, dan moet de aanvraag ingediend worden bij de gemeente waar de hoofdtoegang tot het bestaande bedrijf ligt. In een dergelijk geval zullen trouwens alle betrokken gemeenten beslissen over de aanvraag, elk voor hun eigen grondgebied.

Ter herinnering. Een planologisch attest geeft aan of een bestaand bedrijf al dan niet kan worden behouden op de plaats waar het is gevestigd, op korte en lange termijn. Ook de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf komen aan bod. En het geeft ook aan of er een wijziging van plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen zal komen om tegemoet te komen aan de wensen van het bedrijf.

Langere beroepstermijn

Wie bij de Raad voor Vergunningenbetwistingen in beroep wil gaan, krijgt daarvoor meer tijd. De beroepstermijn wordt opgetrokken van 30 dagen naar 45 dagen. Hiermee wil de decreetgever tegemoet komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof. Het Hof vond dat, in vergelijking met de beroepstermijn van 60 dagen (na de kennisname) voor de Raad van State, de beroepstermijn van 30 dagen veel te kort was voor wie van de beslissing kennis moet krijgen via aanplakking of opname in het vergunningenregister.

De start van de beroepstermijn wordt niet aangepast. In de gevallen waar de beslissing moet betekend worden, start zij de dag na de betekening. In alle andere gevallen start zij, voor de vergunningsbeslissingen, de dag na de aanplakking, en voor de validerings- en registratiebeslissingen, de dag na opname in het vergunningenregister.

Milieuvergunning voor zonevreemde inrichtingen

Milieuvergunningen voor zonevreemde inrichtingen zijn voortaan ook mogelijk voor nog niet-bestaande inrichtingen (bv. windmolens in agrarisch gebied). De eis dat dergelijke vergunningen alleen kunnen voor hoofdzakelijk vergunde inrichtingen geldt alleen voor bestaande inrichtingen. Nieuwe, nog op te richten installaties, moeten uiteraard wel in aanmerking komen voor een stedenbouwkundige vergunning op basis van de mogelijkheden die de Codex voorziet om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften.

Inwerkingtreding

Het nieuwe decreet treedt in werking op 25 juli 2011. Op de inwerkingtreding van de nieuwe procedure voor de planologische attesten is het nog wachten op een beslissing van de Vlaamse Regering. In elk geval zal de nieuwe procedure alleen gelden voor de planologische attesten die na die inwerkingtredingsdatum zijn aangevraagd. Vroeger aangevraagde attesten worden nog verder volgens de oude procedure behandeld.

Bron: Decreet van 8 juli 2011 tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, BS 15 juli 2011.